Bijgewerkt: 28 januari 2022

Het 137ste OMT advies over COVID-19

Nieuws -> Informatief

Bron: RIVM/OMT
10-01-2022

Het Outbreak Management Team (OMT) adviseert over de aanpak van het coronavirus. Dit 137ste advies gaat over de epidemiologische situatie van de omikron variant, mondneusmaskers in de openbare ruimte en het quarantainebeleid op scholen.

Actuele situatie, verloop van de epidemie. Het OMT is geïnformeerd over het verloop van de COVID-19-epidemie, de resultaten van de monitoring van de opkomst van de omikron variant, en de resultaten van de modellering.

Epidemiologische situatie: In de afgelopen 7 kalenderdagen (30 december 2021-6 januari 2022) is het aantal meldingen van SARS-CoV-2-positieve personen met 49% gestegen in vergelijking met de 7 dagen ervoor. Er werden landelijk 757 personen per

100.000 inwoners gemeld met een positieve test voor SARS-CoV-2, vergeleken met 509 per 100.000 inwoners gemiddeld in de week daarvoor. De incidentie varieerde in de afgelopen 7 dagen tussen 471 (Limburg-Noord) en 1267 (Amsterdam-Amstelland) per veiligheidsregio. Amsterdam-Amstelland en de daaraan grenzende regio’s Kennemerland (1023) en Zaanstreek-Waterland (928), en Rotterdam-Rijnmond (855) toonden de hoogste incidentie. De toename in de laatste 7 dagen ten opzichte van de week ervoor varieerde van 12% (Gooi en Vechtstreek) tot 83% (Amsterdam-Amstelland) per regio.

Het aantal testen bij de GGD-testlocaties is in de afgelopen 7 dagen toegenomen met 24% ten opzichte van de week ervoor. Het percentage positieve testen tot nu toe in de huidige kalenderweek vanaf 3 januari was opgelopen tot 31%, vergeleken met 23% in de voorgaande kalenderweek. Van 84% van de testen in de huidige, nog incomplete kalenderweek vanaf 3 januari 2022 is bekend of deze gedaan was naar aanleiding van een positieve zelftest: 23% van deze testen was vanwege een positieve zelftest en 90% daarvan gaf ook bij de GGD een positieve uitslag. Van alle positieve testen was 46% naar aanleiding van een positieve zelftest. Bij personen die hadden aangegeven niet vanwege een positieve zelftest te komen was 23% van de testen positief, vergeleken met 18% de week ervoor.

Door afschaling van het bron- en contactonderzoek vanwege het hoge aantal besmettingen is bij een relatief klein deel van de besmettingen een indicatie op welke andere casus deze terug te voeren is (22% in de afgelopen week). Waar dit bekend is treden de meeste besmettingen op binnen het gezin, bij familie- of vriendenbezoek, en bij feestelijkheden. Van de in de afgelopen week gemelde positief geteste personen, had 7% een recente reisgeschiedenis, waarvan 24% in Oostenrijk, 15% in Frankrijk, 10% in België, en 10% in Duitsland.

Het aandeel meldingen van personen voor wie al eerder een SARS-CoV-2-infectie was gemeld neemt sterk toe. In de periode september-half december 2021 was het aandeel herinfecties gemiddeld 3%. Met de toename van de omikron variant stijgt het aandeel herinfecties sterk: van 3% in week 50 naar 5% in week 51, en 8% in week 52 2021.

In Infectieradar neemt het aandeel deelnemers dat COVID-19-achtige klachten rapporteert recent weer toe. Bij personen getest in het kader van het coronatoegangsbewijs (CTB, door Stichting Open Nederland) was in de kalenderweek van 27 december 2021 t/m 2 januari 2022 het percentage positieve testen 2,2%, vergeleken met 1,7% de week ervoor.

Het aantal meldingen per 100.000 inwoners steeg in kalenderweek 52 (27 december 2021 t/m 2 januari) vergeleken met de week ervoor in bijna alle leeftijdsgroepen. In de jongste en oudste leeftijdsgroepen (0-12 jaar en vanaf 80 jaar) daalde het aantal meldingen. Het aantal meldingen per 100.000 inwoners was het hoogst in de leeftijdsgroepen 18-24 en 25-29 jaar (>1000 per 100.000 inwoners), gevolgd door de leeftijdsgroepen 13-17, 30-39 40-49 en 50-59 jaar (600-850), 0-12 en 60-69 jaar (circa 400). Bij de leeftijdsgroepen vanaf 70 jaar was de incidentie van meldingen het laagst (<250 per 100.000).



Het aantal locaties van verpleeghuizen en woonzorgcentra voor ouderen is de afgelopen week gestegen, terwijl het aantal meldingen bij personen bekend als bewoners hiervan de afgelopen week nog licht gedaald is.

In de laatste kalenderweek van 2021 overleden ongeveer 300 meer mensen dan verwacht. Bij de leeftijdsgroep vanaf 80 jaar was geen oversterfte meer (bron: CBS). De daling in alle leeftijdsgroepen is waarschijnlijk het gevolg van de lockdownmaatregelen, in combinatie met de boostervaccinatiecampagne.

De instroom in het ziekenhuis en op de IC van personen met een positieve test op SARS-CoV-2 daalde verder de afgelopen week. Wel lijkt de daling af te vlakken. Niet alleen het aantal opnames, maar ook de bedbezetting nam de afgelopen week nog af. Gemiddeld werden over de laatste week 127 personen per dag.

Mondneusmaskers in de openbare ruimte. Adviesvraag VWS van 29 december 2021

Kan het OMT, mede aan de hand van recente internationale onderzoeken, een actuele reflectie geven op het nut van het gebruik van een niet-medisch, medisch of FFP2 mondmasker voor breed gebruik in de samenleving. Acht het OMT, met inachtneming van het 135e OMT advies, het bijvoorbeeld van belang om te adviseren dat bij bepaalde situaties of door bepaalde doelgroepen, zoals kwetsbare personen, een medisch of FFP2 mondmasker gedragen dient te worden?

Het dragen van een mondneusmasker waar bronmaatregelen zoals afstand houden en drukte vermijden niet (goed) mogelijk zijn, is effectief gebleken in meerdere studies en wordt ook in internationale adviezen van o.a. de WHO en ECDC erkend. Mondneusmaskergebruik moet wel nadrukkelijk gezien worden als een onderdeel van een totaalpakket aan infectiepreventiemaatregelen, waaronder de basisregels (thuisblijven bij klachten en testen), afstand houden, hand- en hoesthygiëne, drukte vermijden, en ventilatie van binnenruimtes. Het dragen van een mondneusmasker is nadrukkelijk geen vervanging van de hierboven genoemde maatregelen, maar een aanvulling die zorgt voor een vermindering van risico's als de basisregels niet (goed) zijn uit te voeren. Zeker nu er sprake is van een snelle verspreiding van de omikron variant zullen alle bovengenoemde maatregelen zorgvuldig en consequent moeten worden nageleefd.

Het OMT komt tot het advies om het gebruik van mondneusmaskers uit te breiden naar meer settings en om uitsluitend medische (chirurgische mondneusmaskers, minimaal type II) mondneusmaskers te gebruiken. Deze maskers bieden een iets betere bescherming tegen uitstoot van virusdeeltjes in de omgeving dan niet-medische maskers en bieden de drager daarnaast ook meer bescherming tegen het oplopen van een infectie. In tegenstelling tot niet-medische maskers die van variërende stoffen vervaardigd zijn, is de kwaliteit ook reproduceerbaar en bewaakt. Deze adviezen zijn is in lijn met internationale adviezen zoals vanuit de WHO.

Het advies is om het gebruik van mondneusmaskers in de publieke ruimte als volgt uit te breiden:

• In alle publieke binnenruimtes waar meerdere mensen van verschillende huishoudens bijeen komen of verblijven, ongeacht of er afstand kan worden gehouden, adviseert het OMT een medisch mondneusmasker te dragen door iedereen vanaf 13 jaar. Het gaat hierbij om een uitbreiding, waarbij continu maskergebruik wordt geadviseerd, ook wanneer iemand zit, met de uitzondering uiteraard voor als iemand eet/drinkt. Het gaat hierbij om de volgende situaties:



  • onderwijs: bij universiteit en HBO bij onderwijs in grotere groepen;

  • bij evenementen binnen;

  • horeca;

  • culturele instellingen;

  • bedrijven en kantoorruimtes, behalve als er een beperkte en vaste bezetting is en de ventilatie volgens de norm is;

  • binnensportruimten, behalve als je sport.

  • In drukke publieke buitenruimtes waar geen 1,5 meter afstand gehouden kan worden adviseert het OMT een medisch mondneusmasker te laten dragen door iedereen. Te denken valt bijvoorbeeld aan: o drukke winkelstraten;

  • tijdens sportevenementen;

  • tijdens demonstraties; o op drukke markten.


Voor kwetsbare personen geldt net als voor anderen het advies om een medisch mondneusmasker (chirurgisch mondneusmasker, minimaal type II) te dragen. Daarnaast kan voor deze groep een FFP2-masker overwogen worden in "ongecontroleerde" situaties. Dat zijn situaties waar er sprake is van veel bewegingen, waar de anderhalve meter niet gehandhaafd kan worden, waar aerosolvorming (zingen, schreeuwen) optreedt, en waarin er twijfels zijn over de ventilatie in een binnenruimte. Een FFP2-masker biedt de drager een betere bescherming, maar is minder geschikt voor langdurig gebruik. Het advies voor kwetsbaren is om de verblijfsduur in dergelijke situaties zoveel mogelijk te beperken, maar in elk geval niet langer dan de geadviseerde draagduur in de productspecificaties van het masker, meestal rond de 3 a 4 uur.

Foto Amstelveen
(Bron RIVM - 2021)

Prof. dr. Jaap van Dissel, directeur van het Centrum van Infectieziekten van het RIVM en hoogleraar interne geneeskunde en infectieziekten aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en de Universiteit Leiden


Het OMT adviseert een FFP2-masker niet als basisbescherming voor de algemene bevolking; daarvoor volstaat het chirurgisch mondneusmasker, minimaal type II, al is er geen bezwaar er gebruik van te maken. Er zijn echter ook nadelen aan verbonden. Hoewel een FFP2-masker een hogere bescherming biedt tegen uitstoot van partikels in de ruimte en tegen het oplopen van een infectie door de drager, is er een aantal nadelen gerapporteerd aan het langdurig gebruik van een dergelijk masker. Bij langdurig gebruik kunnen klachten als benauwdheid, kortademigheid, vermoeidheid en hoofdpijn optreden.

Een FFP2-masker is daarom zelfs gecontra-indiceerd bij mensen met een longaandoening en bij zwangeren. De kans is groot dat het masker sneller afgedaan wordt als het draagcomfort niet zo goed is. Conform het WHO-advies is een goed gedragen chirurgisch medische masker bij langdurig gebruik daarom waarschijnlijk effectiever. Maar ook hiervoor geldt uiteraard dat het masker voortdurend correct en goed aansluitend gedragen moet worden. Daarnaast heeft ieder masker een beperkte draagduur (3 a 4 uur) en zal de werking ervan evenredig teruglopen naarmate de stof meer verzadigd raakt met ademvocht.

Isolatie en quarantaine scholen n.a.v. OMT 136. Het OMT heeft de quarantaineadviezen voor kinderopvang en scholen nogmaals besproken, en adviseert het advies van het 134e en 135e OMT te volgen. Samenvattend wordt hierin (ook wegens opkomst omikron variant) niet langer onderscheid gemaakt in vaccinatiestatus van betrokkenen. Een quarantaineadvies voor een volledige groep of klas (kinderen en medewerkers) geldt pas vanaf tenminste drie besmettingen in de klas, duidend op een uitbraak met verspreiding in de groep.

Tot een nadere mondelinge toelichting ben ik gaarne bereid.

Hoogachtend,

Prof. dr. J.T. van Dissel Directeur CIb (Centre for Infectious Disease Control=Centrum Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu [RIVM])



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.