Bijgewerkt: 13 april 2024

Herijking subsidierelatie Cobra
gemeente Amstelveen - 2021

Foto's -> Musea -> Cobra Museum
tot 2022


Herijking subsidierelatie Cobra gemeente Amstelveen
(Foto Amstelveenweb.com - 2020)

Het Cobra Museum in Amstelveen op het Sandbergplein 1
Sinds de oprichting krijgt het museum 1,1 miljoen euro subsidie per jaar, contractueel vastgelegd

Bron: Gemeente Amstelveen - 29-10-2021

Herijking subsidie
Conform het coalitieakkoord 2018-2022 is dit jaar gestart met de herijking van de subsidierelatie van de gemeente Amstelveen met het Cobra Museum (hierna het museum). Hiertoe is begin 2021 het Plan van Aanpak Toekomst Cobra Museum opgesteld en goedgekeurd – meldt het College B en W Amstelveen. In de tussentijd heeft de gemeente, in de aanloop naar een nieuwe subsidiesystematiek, op 11 mei 2021 de subsidierelatie met het museum aangezegd per 1 januari 2024. Naar aanleiding van dit besluit heeft het Cobra Museum een bezwaarschriftprocedure ingezet. Recent heeft het college een besluit (pdf 10 pagina’s) over de bezwaarschriftprocedure genomen. Als gevolg van de procedure is de planning van het Plan van Aanpak Toekomst Cobra Museum uitgelopen. Het college acht het van belang de gemeenteraad inhoudelijk over tussentijdse ontwikkelingen en uitkomsten van het bovenstaande op de hoogte te stellen.

Bezwaarschriftprocedure
Naar aanleiding van het besluit van de gemeente op de beëindiging van de subsidierelatie met het museum ultimo 2023, heeft deze op 18 juni 2021 een bezwaarschrift ingediend. De gemeente heeft hiertegen verweer gevoerd.

Advies Commissie voor de Bezwaarschriften
In het bezwaarschrift is door het museum een veelheid aan bezwaren aangedragen. Door de Commissie voor de Bezwaarschriften (hierna de commissie) is een advies uitgebracht (zie bijlage 1) waarin het geschil is teruggebracht tot een vijftal punten:
1. Reikwijdte van het besluit: gevraagd is door het museum of de beëindiging ziet op de huur dan wel op de exploitatiesubsidie. De commissie stelt vast dat het besluit ziet op de beëindiging van de gehele subsidierelatie, niet op een van de subsidies afzonderlijk.
2. Zorgvuldigheidbeginsel: het museum geeft (kort gesteld) aan dat de communicatie van de gemeente voorafgaand aan het besluit, niet optimaal was. Los van de vraag of dit kan worden vastgesteld, ziet de commissie dit niet als een onzorgvuldige voorbereiding van het besluit zelf. Dit ook omdat het college niet is gehouden in de voorbereiding van een besluit gesprekken met haar subsidierelaties te voeren.
3. Motiveringsbeginsel (art. 3:46 Awb): het museum acht de motivering van het onderhavige besluit onvoldoende sterk. De beleidskeuze van het college om een nieuw (meerjarig/projectmatig) subsidiestelsel in te voeren, omwille waarvan de huidige subsidierelatie wordt beëindigd, biedt volgens de commissie echter voldoende grondslag voor het genomen besluit.
4. Redelijke termijn (art. 4:51 Awb): het museum betwist de redelijkheid van de gestelde termijn. Voor de beëindiging van een subsidierelatie dient inderdaad een redelijke termijn te worden aangehouden. Een termijn van zes maanden wordt in beginsel redelijk geacht, maar kan variëren van 10 dagen tot 18 maanden. De in deze aangehouden termijn van 31 maanden, wordt door de commissie zondermeer als redelijk gezien.
5. Vertrouwensbeginsel: volgens het museum is er sprake van door de gemeente opgewekt vertrouwen dat zij ook na 2023 aanspraak op subsidie kan maken. Dit argument vindt bij de commissie geen weerklank. Het in de programmabegroting 2021 genoemde cultuurbudget voor 2024 (waarin de subsidiebijdrage voor het museum wordt genoemd), brengt niet met zich mee dat het museum daar per definitie aanspraak op kan maken.

Bovenstaande overwegingen, alsmede de onzekerheid die een jaarlijkse subsidiesystematiek met zich meebrengt en de mogelijkheid voor het museum een aanvraag voor toekomstige subsidie te doen, maken dat de commissie van mening is dat het college in redelijkheid en op juiste gronden tot het genomen besluit heeft kunnen komen. Het bezwaar van het museum wordt daarmee door de commissie ongegrond verklaard. Het advies van de commissie is door het college overgenomen. Op 12 oktober 2021 is dit besluit aan het museum kenbaar gemaakt. Het museum kan binnen 6 weken na deze datum een beroepsprocedure tegen de beslissing bij de rechtbank aanhangig maken.

Foto Amstelveen
(Bron Gemeentearchief Amstelveen - 2020)

Piet van den Heuvel (VVD) wethouder Cultuur in het Cobra Museum in 1995. Hij was de initiator van een gemeentelijk museum in het Stadshart Amstelveen in de jaren 1990

Plan van Aanpak Toekomst Cobra Museum/Herijking Subsidie
(fase I: financiële analyse) Als in het Plan van Aanpak Toekomst Cobra Museum beschreven, heeft DSP-groep voor fase 1 de financiële doorlichting van het museum uitgevoerd. Het rapport (pdf 16 pagina’s) schetst een beeld van een organisatie die kampt met een constant afnemend vermogen. Wel is er sinds het aantreden van de directeur a.i. een nieuwe koers ingezet waardoor de verliezen beperkt lijken. In 2020 is een (zeer) bescheiden winst gerealiseerd. In 2021 verwacht het museum deze opgaande lijn door te kunnen zetten (mede door het succes van de Frida Kahlo tentoonstelling). Echter, de financiële overheidssteun en coronamaatregelen, alsmede de onzekerheid of succesvolle tentoonstellingen jaarlijks haalbaar zijn, maakt de vaststelling of deze ontwikkeling bestendig is lastig.

DSP-groep concludeert in zijn rapport dat 'het roer om moet.' De liquiditeitspositie van het museum is nog positief maar de continuïteitsreserve is fors negatief. Het werken met grote (kostbare) tentoonstellingen werkt, maar brengt risico's met zich mee. Gezien de beperkte financiële buffer, kan een dergelijke aanpak de weegschaal ook negatief doen doorslaan. DSP-groep adviseert het Cobra Museum om "samen met de gemeente Amstelveen een traject aan te gaan, waarin wordt verkend wat het Cobra Museum wil zijn, welke organisatie daarbij past, wat dit aan financiering(smix) veronderstelt en waarin de gemeente uitsluitsel geeft aan welk type museum het financieel wil bijdragen en in welke mate."

Hoewel nog aarzelend lijkt het besef van urgentie voor dit traject inmiddels ook bij (het bestuur van) het museum te groeien. Er wordt meer meegewerkt en het museum is (los van de in het Plan van Aanpak Toekomst Cobra Museum genoemde denkrichtingen) zelfstandig toekomstscenario's aan het ontwikkelen. Wel blijft de focus van het museum op dit onderwerp een punt van aandacht. Op 15 november 2021 komen de woordvoerders cultuur samen voor een beeldvormende bijeenkomst. In deze bijeenkomst zal dit dossier, alsmede de toekomstscenario's van het museum worden besproken en zal er ruimte zijn voor verdere vragen.

Historisch perspectief
Het Cobra Museum en de gemeente Amstelveen zijn sinds de oprichting van het museum hecht met elkaar verbonden. De gemeente Amstelveen heeft het initiatief tot de oprichting van het Cobra Museum genomen. Vrijwel direct na de grote Cobra tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam eind 1988, kwamen cultuurwethouder Piet van den Heuvel en kunstminnend zakenman Karel van Stuijvenberg een intentieverklaring overeen, waarmee de Cobra-collectie van Van Stuijvenberg zou worden ondergebracht in een nieuw te bouwen museum in Amstelveen.

Stichting Cobra Museum voor Moderne Kunst Amstelveen is in 1995 opgericht. Het Cobra Museum heeft het museumgebouw van de gemeente gekocht met geld dat het van de gemeente had geleend (circa € 7,9 miljoen). Daarnaast ontving het Cobra Museum een bruidsschat van circa 9,1 miljoen voor de exploitatie van het museum. Het Cobra Museum heeft dit geld tegen een rente van 7,35% vastgezet bij de BNG Bank met een looptijd tot 1 juli 2020. De jaarlijkse rente van € 667.000 werd door het Cobra Museum gebruikt voor de exploitatie. Ook voor de opbouw van de collectie trof de gemeente Amstelveen een eenmalige voorziening. De gemeente stelde € 1,4 miljoen beschikbaar, waarvan de rente gebruikt werd voor de aankoop van kunstwerken.
De gemeente Amstelveen heeft die renteopbrengst via een onvoorwaardelijke subsidie plus indexatie aan het museum uitgekeerd, want subsidie is het enige kanaal dat een gemeente daarvoor heeft. Die subsidie wordt in alle jaarverslagen van het museum tot en met 2020 dan ook niet als een subsidie aangemerkt. In die zin is er pas sinds 1-7-2020 sprake van een werkelijke gemeentelijke subsidie die het museum als tussenoplossing toegekend heeft gekregen op grond van een door het museum opgesteld korte termijnplan tot 2023. De toekenning vond plaats onder de nadrukkelijke voorwaarde dat er een toekomstbestendig plan voor het museum zou komen dat voor 10-15 jaar soelaas zou bieden.

Foto Amstelveen
(Foto Amstelveenweb.com - 2021)

Herbert Raat (VVD) wethouder Kunst en Cultuur van de gemeente Amstelveen

Op basis van de analyse van de cijfers door de DSP-groep is het beeld dat het Cobra Museum in ieder geval tot en met 2020 een structureel verliesgevende organisatie is. De liquiditeitspositie is ondanks de aanhoudende exploitatieverliezen nog gunstig, maar er is een fors negatieve continuïteitsreserve. Een reserve die juist bedoeld is om financiële tegenvallers op te vangen.

Aanleiding voor de beëindiging van de subsidierelatie per 1 januari 2024 is de ontwikkeling van een langetermijnvisie voor de culturele infrastructuur, waardoor de culturele instellingen van Amstelveen beter aansluiten op de 21ste eeuw en een betere aansluiting hebben bij de Amstelveense gemeenschap. Door de subsidierelatie te beëindigen wordt zowel voor het Cobra Museum als voor de gemeente ruimte gecreëerd om, al dan niet in gezamenlijkheid met de gemeente, verschillende toekomstscenario's te onderzoeken teneinde een overtuigend, toekomstbestendig meerjarenplan voor het museum te ontwikkelen. In dat verlengde kan, indien de gemeente daar voldoende aanleiding toe ziet, een beter passende subsidieregeling worden aangeboden. Net als in beginsel elke andere culturele instelling in Amstelveen het Cobra Museum staat vrij om voor de periode na 1 januari 2024 een subsidieaanvraag in te dienen.

Klik hier voor andere foto's in de categorie Musea