Bijgewerkt: 13 mei 2026

81ste Dodenherdenking
Amsterdamseweg - 2026

Foto's -> Gebeurtenissen -> Herdenkingen

81ste DodenherdenkingAmsterdamseweg
(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

Bron: Amstelveenweb.com/AmstelveenOranje - 04-05-2026

Op 4 mei 2026 kwamen weer veel mensen samen in Amstelveen bij het monument ‘Aan hen die vielen’. De ceremonie stond onder leiding van ceremoniemeester Dorris Falkenstein van Amstelveen Oranje en werd muzikaal begeleid door het Harmonie Orkest Amstelveen onder leiding van Nico Schimmel. Ook waren er weer scouts van de Radboutgroep aanwezig en vaandeldrager Reint Huizinga gaf extra ceremonieel gewicht aan de herdenkingsbijeenkomst.

Na de openingswoorden en waarom wij in Amstelveen herdenken, kondigde de ceremoniemeester Wout van Zaale aan, de Stadsdichter. Hij bracht met zijn gedicht ‘Sprankjes Oranje’ een indringend verhaal over de Amstelveense ambtenaar Jan Oranje, die tijdens de oorlog morele keuzes maakte in moeilijke omstandigheden.

Na het gedicht hield Levi, de kinderburgemeester van Amstelveen een voordracht.
Het is voor mij heel bijzonder om als kinderburgemeester van Amstelveen hier te staan, met in het publiek mijn opa, die als één van de weinigen van mijn familie de oorlog heeft overleefd. Mijn opa woont net als ik in Amstelveen maar onze jeugd was totaal verschillend. Als jongetje van 5 werd hij gescheiden van zijn ouders en zusje en moest hij onderduiken enkel omdat hij Joods was. Ik vind het belangrijk om die verhalen door te geven zodat we niet vergeten wat voor verschrikkelijke dingen er zijn gebeurd in die tijd en dat de vrijheid die we nu hebben niet vanzelfsprekend is. Mijn overgrootouders hebben opa afgegeven aan het verzet in de hoop dat hij zou overleven. Toen kwam hij terecht bij zijn onderduikmoeder Annie. Ik deel nu graag 3 korte verhalen met jullie die mijn opa zijn bijgebleven als jong kind.

Van de Duitsers mochten de mensen tijdens de bezetting geen radio’s hebben omdat de Nederlanders niet naar Radio Oranje mochten luisteren. Radio Oranje was een Nederlandse zender in Londen die boodschappen uitzond voor het verzet. De Duitsers hadden ook fietsen nodig voor vervoer dus ze gingen regelmatig bij mensen in huis om die spullen af te pakken. Mijn opa moest zich dan verstoppen op de vliering want dat was een kleine ruimte waar ze niet gauw zouden gaan zoeken. Aan het einde van de oorlog was er de hongerwinter. Mijn opa maakte huiswerk in een kamer die niet verwarmd was. Hij had het koud en hij had honger. Tante Annie had gehaktballen gemaakt en gebruikte de kamer waar mijn opa in zat als koelkast. In die kamer bewaarde ze dus ook de gehaktballen die ze had gemaakt. Mijn opa had heel veel honger dus hij at de gehaktballen rondom op zodat ze er niks van zouden merken. Maar
dat viel natuurlijk wel op. Annie kon dan ook heel streng zijn. Als opa iets deed wat niet mocht - zei ze soms uit boosheid - dat als hij zo doorging - “hij naar het gesticht ging”. Dat meende ze natuurlijk niet.

Mijn opa kwam bij tante Annie in huis in 1942, de bevrijding was in 1945. Een groot deel van die 3 jaar zat hij binnen verstopt en kon hij elk moment opgepakt worden. Mijn overgrootouders kwamen niet terug, later bleek dat zij vermoord waren in concentratiekamp Auschwitz. Mijn opa bleef alleen achter en was in die jaren in de onderduik gehecht geraakt aan tante Annie. Eigenlijk wilde mijn opa bij haar blijven maar dat mocht niet van de overheid, hij moest naar een weeshuis. Hij had het daar heel moeilijk mee en vroeg zich af of hij naar het weeshuis moest omdat hij stout was geweest. Zo is eigenlijk zijn hele jeugd van hem afgepakt. Hij had bijna geen familie meer en hij moest na de oorlog naar een weeshuis vol met getraumatiseerde kinderen die ook hun familie hadden verloren. Na de oorlog heeft hij alles weer helemaal zelf moeten opbouwen. En dat is hem goed gelukt! Mijn opa heeft nu 4 kinderen en 10 kinderen waarvan ik er één ben.

De verhalen die ik nu vertel zijn belangrijk. Ze doen ons beseffen hoe goed we het hier in Amstelveen met elkaar hebben en waarom het belangrijk is om voor onze vrijheid samen op te komen. Ik sta hier vandaag, en dat vind ik best spannend. Maar ik sta hier niet alleen, ik sta hier voor mensen van toen. Mensen die leefden in oorlog, met angst en verdriet. Mensen die geen vrijheid hadden. Daarom zijn we vandaag stil. Om te denken aan hen. Om te laten zien dat we hen niet vergeten. Ik leer over wat er is gebeurd, zodat ik het kan begrijpen. En zodat ik weet hoe belangrijk vrijheid is. Want vrijheid is niet vanzelfsprekend. Daar moeten we samen voor zorgen.

Een leerling van Futuris, Shirine El Kadhiri, droeg een gedicht voor en tot slot kreeg de burgemeester van Amstelveen, Tjapko Poppens het woord.
Vandaag staan we stil bij de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. En de sporen die de oorlog heeft achtergelaten bij ooggetuigen, hun kinderen en kleinkinderen. Wat de impact van de oorlog is, laat zich het beste vertellen in persoonlijke verhalen. Vandaag vertel ik over de Amstelvener Johan Benders die met zijn vrouw Gerritdina en hun twee dochtertjes aan de Margaretha van Borsselenlaan woonde. Johan was leraar Nederlands op het Amsterdams lyceum. Een sociaal geëngageerd mens, net als zijn vrouw. Al voor de oorlog helpen ze bij de opvang van Duits-Joodse vluchtelingen.

Door de Nederlandse lessen die Johan geeft, komen ze in contact met Berta en Arthur Heidenheim, met hun zoon Dieter gevlucht uit Keulen. Ze worden goede vrienden van elkaar. Nadat de nazi’s ons land hebben bezet, wordt de uitsluiting van joden uit het openbare leven steeds zichtbaarder. Johan ziet

zijn joodse leerlingen en collega’s gedwongen van school vertrekken en besluit zich te verzetten. Gerritdina en hij nemen verschillende Joodse onderduikers in huis, soms kort, soms voor langere tijd.  Johan helpt Dieter Heidenheim met een boot naar Engeland te ontkomen. Bertha en Arthur kiezen ervoor om niet onder te duiken omdat ze anderen niet in gevaar willen brengen. Johan vervalst ook persoonsbewijzen en was vermoedelijk betrokken bij de aanslag op het bevolkingsregister. Tot hij in april 1943 wordt verraden en gevangengenomen.  Als de dan hoogzwangere Gerritdina een paar dagen later wordt opgeroepen voor verhoor, krijgt ze vreselijk nieuws te horen. Haar man is van driehoog naar beneden gesprongen en overleefde dat niet. Het was een manier voor verzetsmensen om te voorkomen dat ze tijdens martelingen zouden doorslaan en mensen zouden verraden. Letterlijk je leven geven om anderen te redden.

Dieter Heidenheim bouwde na de oorlog in Canada een nieuw leven op. Met zijn ouders liep het slecht af. In 1943 werden ook zij op transport naar Westerbork gezet. Gerritdina verkocht nog juwelen voor hen in de hoop daarmee een verder transport uit te stellen. Ze gaven zich vrijwillig op voor Theresienstadt maar werden alsnog in Auschwitz vermoord. Twee struikelstenen in de Margriete van Clevelaan houdt de nagedachtenis aan hen levend. Naar Johan Benders is een straat vernoemd in Amstelveen.

Amstelveen
(Foto: Gemeente Amstelveen - 2026)

De jongste dochter van Johan, Mart, werd vlak na zijn doodgeboren. Op latere leeftijd schreef zij een boek over haar vader. Ze kende hem alleen van foto’s. Thuis werd er na zijn dood niet over hem gepraat, de herinnering was te pijnlijk. In het boek reconstrueert ze alsnog wie hij was en wat hij in de oorlog deed. Geen makkelijke opdracht maar ze deed het, in haar woorden: ‘Omdat het onrechtvaardig zou zijn als de geschiedenis van mijn ouders in het niets zou verdwijnen.’ De impact van de oorlog op haar leven is groot. Opgroeien zonder vader, zwijgen over een oorlog die altijd onderhuids aanwezig is, een complexe band met haar moeder. In haar boek lezen we hoe Gerritdina op het laatst van haar leven in tranen tegen haar dochter zegt: ‘Ik schaam me zo tegenover de Joden’. Mart begrijpt pas later dat ze daarmee bedoelde dat ‘de jodenvervolging zo’n schande was voor de mensheid, dat je je schaamt dat je er deel van bent’. Ook dát zijn sporen van de oorlog: onbegrip tussen generaties. Elkaar nooit helemaal kunnen begrijpen omdat het leed nauwelijks gedeeld kan worden. Daar gaat onder meer ‘De oorlog leren begrijpen’ over, het jaarthema van het Comité 4 en 5 mei.

Het is een lastige opdracht. Ik ben zelf, net als velen van u hier aanwezig, van ver na de oorlog, maar herinner me als kind de verhalen over vluchtelingen die op de boerderij van mijn grootouders in Oost-Groningen langskwamen. Mensen van heel ver waren op zoek naar voedsel, vooral in de hongerwinter. Aan het eind van de oorlog werd daar nog heftig gevochten tussen de Canadezen en de Duitsers. Bij één van die gevechten werd de boerderij van mijn grootouders per ongeluk geraakt door de Canadezen en moesten zij zelf vluchten. Vier dagen na de bevrijding werd mijn vader geboren. En zo heeft elke familie zijn verhaal: groot of klein.

Over de gevechten in Oost-Groningen werd in een documentaire een Canadese veteraan geïnterviewd. Inmiddels ver in de negentig, krijgt hij de vraag: vindt u het belangrijk dat we de verhalen over u levend houden? Zijn antwoord luidt: ‘Wat ik wil voorkómen is het verheerlijken van oorlog. Want toen ik na 1945 thuiskwam, dacht ik: ik hoop dat niemand hoeft mee te maken wat wij hebben meegemaakt. Onze jeugd ligt hier begraven. Houd de verhalen levend zodat het ons eraan herinnert om géén oorlog te voeren.’ Misschien is en blijft dat het belangrijkste om te begrijpen. Meer nog dan een einde aan de oorlog, willen we een einde aan het begin van alle oorlogen. Daarom waardeer ik het zo dat de geloofsgemeenschappen in Amstelveen afgelopen week weer een gezamenlijke verklaring in het Amstelveens Nieuwsblad hebben geplaatst. Hierin roepen zij op tot vrede en een samenleving zonder geweld. En dat we daar met elkaar aan moeten blijven werken. Goede voorbeelden daarvan zijn de vele buurtinitiatieven in onze gemeente. Die brengen verbinding. Betrokkenheid bij elkaar, om de hoek, op straat, in het buurthuis. Tussen Amstelveners van diverse afkomst. De deur voor elkaar opendoen in plaats van vasthouden aan de eigen bubbel. De medemenselijkheid die Johan Benders het leven kostte, de vernietiging waar de Heidenheims niet aan konden ontkomen, het zware naoorlogse leven van Gerritdina, de impact op het leven van hun nazaten.

Het vraagt ons om hun verhalen levend te houden, zodat het ons eraan herinnert dat we géén oorlog willen maar vreedzaam met elkaar willen samenwonen.


Bekijk de video gemaakt door 1 Amstelveen


Precies om 19.58 uur blies Nico Schimmel zoals gebruikelijk de Taptoe, waarna twee minuten stilte volgden. Deze stilte werd afgesloten door het spelen van het Wilhelmus, waarna de kranslegging volgde.

Amstelveen
(Foto: Gemeente Amstelveen - 2026)

Burgemeester Tjapko Poppens en kinderburgemeester Levi legden als eersten een krans namens de gemeente Amstelveen

Daarna werden kransen en bloemstukken gelegd door:
  • Jeroen Franken en zijn zoon Bobby Franken namens Stichting Amstelveen Oranje
  • de gezamenlijke geloofsgemeenschappen
  • Clemens Bouwens en Jacqueline Schäfer namens de herdenking van slachtoffers in Nederlands-Indië
  • Cor Bruijn, Wouter Tenger-Geurtz en Henk Lode een krans namens de Bond van Wapenbroeders
  • Bilal El Kaid Shirine El Khadiri legden een bloemstuk namens Scholengemeenschap Futuris
  • Luco van Bergen en Ton Epskamp, namens Atletiekvereniging Startbaan

Na deze kransleggingen werden de kinderen uitgenodigd om een witte roos te leggen als teken van betrokkenheid met aansluitend het defilé langs het monument.

Amstelveen
(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

Amstelveen
(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

Voor diegenen die een kaartje hadden gekocht vond na deze dodenherdenking een herdenkingsconcert plaats in de Urbanuskerk in Bovenkerk.

Amstelveen
(Poster: Amstelveen Oranje - 2026)


Klik hier voor andere foto's in de categorie Gebeurtenissen