Herdenking Jom Hasjoa
Nooit Meer - 2026
Foto's -> Gebeurtenissen -> Herdenkingen
Het herdenkingsmonument voor alle Joodse oorlogsslachtoffers uit de gemeente Amstelveen werd geplaatst op een historische plek in het plantsoen van de Prins Bernhardlaan. Er staan de namen van alle ruim 160 Joodse mannen, vrouwen en kinderen die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog. Op 24 september 2020 heeft de burgemeester van Amstelveen Tjapko Poppens het monument onthuld namens de initiatiefnemer Stichting Oranje door Hugo van der Kooij en David Serphos

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Voor aanvang van de herdenking

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
De Kransen liggen klaar
Wereldwijd werden op 14 april op Jom Hashoa, de dag van de Sjoa (Hebreeuws voor catastrofe), de zes miljoen Joden herdacht die tijdens de Shoa zijn vermoord. In Amstelveen gebeurde dat bij het monument Nooit Meer Teruggekomen aan de Prins Bernhardlaan. Voor deze herdenking die rond 11.30 uur begon waren ruim 100 aanwezigen gekomen. Voorafgaand werd inleidende muziek op cello gespeeld door Mariëtte Landheer.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Mariëtte Landheer speelt stemmige muziek op de cello
David Serphos leidde de ceremonie in met de volgende toespraak:
Goedemorgen en welkom bij de jaarlijkse Jom Hasjoá- herdenking hier in Amstelveen. Deze herdenking wordt opnieuw mogelijk gemaakt door Stischting Amstelveen Oranje en Stichting Zikna. Ik wil de besturen van beide stichtingen oprecht danken voor hun toewijding. Herdenken is geen vanzelfsprekendheid – het vraagt inzet, zorg en toewijding.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
David Serphos tijdens zijn toespraak
Alvorens met het officiële programma aan te vangen wil ik even stilstaan bij één persoon in ons midden. Onlangs heeft Hugo van der Kooij afscheid genomen van Stichting Amstelveen Oranje. Jarenlang was hij de drijvende kracht achter talloze herdenkingen en vieringen in deze gemeente. Hij stond mede aan de wieg van de recente geschiedschrijving van Amstelveen tijdens de Tweede Wereldoorlog van dit monument, ontworpen door Pietr Cohen – ook in ons midden – van deze jaarlijkse Jom Hasjoá herdenking en van het bredere project “Nooit meer Teruggekomen” een project waaraan ik zij aan zij met hem heb mogen werken. Hugo, namens ons allen maak ik een diepe buiging voor jouw niet-aflatende inzet. Mede dankzij jou blijft Amstelveen herinneren.
Loco-burgemeester, wethouders, raadsleden, eerwaarde rabijnen, dames en heren,
Vorig jaar markeerden wij tachtig jaar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tachtig jaar sinds de systematische vervolging en vernietiging van de Joodse gemeenschap in Europa – en ook hier in Nederland – tot stilstand kwam. Maar laten we helder zijn. Wat hier werd aangericht tart elke vergelijking. De Sojá was geen oorlog zoals andere. Geen tragedie zoals andere. Het was een doelbewuste, industriële poging om een volk uit te wissen. Miljoenen mensen - mannen vrouwen, kinderen - niet omdat wat zij deden maar om wie zij waren. Dat is in de meest negatieve zin: uniek. En dat moeten we blijven benoemen. Laten we daarom voorzichtig zijn met vergelijkingen. Hoe ernstig gebeurtenissen in onze tijd ook zijn – en dat zijn ze – wij doen de geschiedenis en de waarheid geweld aan wanneer wij ze in één adem noemen met de Holocaust – de Sojá. De geschiedenis die wij herdenken is nog altijd niet voltooid. Binnenkort verschijnt een belangrijk werk over de Joodse gemeenschap in Amstelveen en haar lot tijdens de oorlog. Het onderzoek is verricht door Bart Wallet – professor de Bart Wallet – in opdracht van Stichting Amstelveen Oranje en met grote steun van de gemeente Amstelveen.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
De genodigden zitten op de voorste rij waaronder loco-burgemeester Herbert Raat
In dit boek ‘Tussen Hoop en Wanhoop’ worden de levens vastgelegd van hen die werden vermoord en van hen die na jaren van onderduik, dwangarbeid en ontbering terugkeerden – getekend, maar levend. Vanaf deze plaats – Bart dank voor dit indringende en noodzakelijke werk. Zonder dit verhaal is de geschiedenis van Amstelveen tijdens de oorlogsjaren onvolledig. Dat onderzoek heeft ons ook iets anders geleerd. De lijst met namen op dit monument – 166 in totaal – bleek niet volledig. Niet omdat er fouten zijn gemaakt, maar omdat de uitgangspunten destijds anders waren. De namen waren gebaseerd op de lijst Joodse inwoners van Amstelveen in 1942 – een lijst destijds opgesteld door de overheid op verzoek van de bezetter. Maar de werkelijkheid was groter, pijnlijker en complexer. Het onderzoek van Wallet laat zien dat er meer slachtoffers waren: mensen die al vóór 1942 omkwamen, kinderen geboren in Westerbork, mensen die stierven in onderduik, of op de vlucht – ver van huis, maar niet buiten het bereik van vervolging. Vandaag voegen wij daarom 25 namen toe. 25 mensen, 25 levens, 25 verhalen die lang buiten beeld zijn gebleven. Daarnaast corrigeren we één naam: Renée Mary Moscow. Zij heeft de oorlog overleefd.
Wij noemen vandaag de namen van hen die voortaan ook hier herdacht worden:
Abraham Abendana Namias 81
Ruth Eigenfeld 11 maanden
Catahrina van Engers-Levinson 72
Abraham Gompers 47
Esther Gomper –Moscoviter 50
Wilhelmina Gompers 24
Jaque Gompers 22
Jansje Gompers 20
Abraham Samuel Gompers 19
Minna Jacob-Jonas 79
Ruth Jacob 10
Sara Elise Landauer-Zivi 74
Frederik Lenzberg-Jessurun 78
Hermann Meyer 50
Jetje Nieweg-Nieweg 47
Annette Clara Okker 30
Simon Okker 62
Marjorie Rosieta Paërl-Polak 25
Kurt Siegmund Hermann
Robert Prenslau 52
Helene Rosenfeld 34
Alfred Sander 29
Izaak Salamon Sluizer 39
Hedwig Henriëtte Strauss-Ditisheim 48
Paul Alfred Vles 2 jaar oud.
Hun nagedachtenis zij tot zegen.
Met deze aanvulling herdenken wij hier vandaag niet minder dan 190 Joodse Amstelveners.
zolang wij hun namen blijven noemen
zolang wij hun verhalen doorgeven
zolang wij hier blijven samenkomen
zijn zij niet vergeten en leven zij voort.
Alvorens het reguliere programma van vandaag voort te zetten nodig ik loco-burgemeester Herbert Raat, die als wethouder bestuurlijk verantwoordelijk is en is geweest voor de portefeuille erfgoed en voor het herinneringsmonument “Nooit meer teruggekomen” om het nieuwe paneel samen met Hugo van der Kooij te onthullen. Hiermee geven wij niet alleen deze 25 slachtoffers een plaats met hun naam, wij geven geschiedenis een stem en wij geven onszelf een opdracht om te blijven herinneren, om te blijven benoemen en om te blijven waken.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Herbert Raat en Hugo van der Kooij onthullen de namen

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Aanvulling van namen bij het herdenkingsmonument
Herbert Raat nam als loco-burgemeester het woord en zei het volgende:
Beste aanwezigen,
Vandaag neem ik u mee terug naar 1944.
Naar het moment dat de Amstelveense familie Aschner in de ijzige winter van 44 het concentratiekamp Bergen-Belsen binnenkomt. Vader Kurt keek om zich heen en zei zacht tegen zijn zoon Fred: “Nu zie ik waar wij zijn.” Die ene zin markeerde een moment van onomkeerbaar besef. Wat volgde waren dagen die in elkaar vervloeiden van kou, ziekte en honger. Fred zag zijn vader verzwakken. Op een dag liep hij met zijn moeder achter een wagen waarop lichamen, in steeds opnieuw gebruikte houten kisten, uit het kamp werden weggereden. Zijn vader lag nu ook tussen de doden die het kamp verlieten. Het verhaal van de familie Ashner staat voor dat van vele Amstelveense lotgenoten en is te lezen in het boek van Bart Wallet over de geschiedenis van de Amstelveense Joden. Het was één van de vele levens die door de Nazi’s werden gebroken.

(Foto: Gemeente Amstelveen - 2026)
Herbert Raat spreekt als loco-burgemeester tijdens deze herdenking
Wereldwijd herdenken we vandaag op Jom Hashoa de zes miljoen Joden die tijdens de Shoa zijn vermoord. Het blijft niet te bevatten dat in 1942 werd besloten tot de volledige vernietiging van het Joodse volk in bezet Europa. Ook de Amstelveense Joden waren onderdeel van dit moordprogramma. Velen van hen werden via Westerbork naar Auschwitz, Sobibor of andere vernietigingskampen gestuurd – en keerden nooit terug. Vandaag doen wij hier, in Amstelveen, wat zó belangrijk blijft: herdenken. We staan bij het monument Nooit meer teruggekomen, waar de namen van 166 Joodse Amstelveners zijn gegraveerd – mannen, vrouwen, kinderen, soms nog baby’s. Mensen zoals u en ik, die hier leefden, woonden en werkten; buren, klasgenootjes, stadsgenoten. Gisteren zijn daar, na aanvullend onderzoek, nog 25 namen aan toegevoegd. Door ook hun namen vast te leggen, geven wij hen opnieuw een plaats in onze gemeenschap.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Herdenken gaat nooit alleen over het verleden, maar ook over nu. Over ons. Over de wereld die wij willen doorgeven aan onze kinderen. In een tijd waarin de laatste ooggetuigen verdwijnen, rust er op ons de verantwoordelijkheid om de verhalen levend te houden. In Amstelveen hechten we veel waarde aan het levend houden van het Joods cultureel erfgoed. Dat doen we met onderzoek, publicaties, educatie en monumenten zoals dit. Een ander onderdeel was de opdracht aan hoogleraar Joodse studies aan de UvA, Bart Wallet, om de geschiedenis van Joodse Amstelveners in beeld te brengen. In zijn boek Hoop en wanhoop, Joden in Amstelveen 1930–1970 laat hij op toegankelijke en indrukwekkende wijze zien wat hier is gebeurd. Wallet beschrijft hoe Joodse Amstelveners langzaam maar onverbiddelijk worden buitengesloten: niet meer naar school mogen, niet meer naar het park, het zwembad, aparte openingstijden in de winkels krijgen. Hij schrijft over gedwongen verhuizingen, zoals de 239 Amstelveense Joden die in mei 1942 hun huizen moesten verlaten. Binnenkort wordt ter nagedachtenis hiervan een Stolperdrempel aan Randwijcklaan 13 geplaatst. Hij vertelt over verraad en arrestaties. Over de kampen waar velen terechtkwamen. Maar ook over veerkracht. Over hoe, na deze gitzwarte periode, de Joodse gemeenschap zich wist op te richten en het Joodse leven in Amstelveen weer tot bloei kwam. Het boek van Bart Wallet komt binnenkort uit. Ik nodig alle Amstelveners uit het te lezen. Het is belangrijk dat onze kinderen deze geschiedenis kennen. Niet als iets abstracts, maar als iets dat hier, in hun eigen stad, plaatsvond. Want de Holocaust begon niet in de gaskamers, maar eindigde daar.
In de huidige wereld van spanningen en conflicten is herdenken urgenter dan ooit. We zien helaas dat antisemitisme weer oplaait en veel Joden in Nederland zich zorgen maken. Dat maakt het noodzakelijk om te blijven uitleggen waar haat en uitsluiting toe kunnen leiden. Om te blijven wijzen op het gevaar van ontmenselijking, van wij tegen zij, van wegkijken. We zijn het verplicht aan de familie Aschner. En aan de 191 Joodse Amstelveners die hier worden herdacht.
Hier, bij dit monument, hernieuwen we onze belofte: Nooit meer.
Na de woorden van Herbert Raat volgde een toespraak van Hans Weijel, vice-voorzitter van het Centraal Joods Overleg.
Dames en heren,
81 jaar geleden werden we bevrijd. 81 jaar geleden was de Jodenvervolging in Europa officieel voorbij. 81 jaar geleden konden wij Joden beginnen met rouwen, onze enorme wonden likken, ons afvragen wat een gigantische ramp over ons was heen gekomen. Konden wij ons oprichten en aan een nieuw leven beginnen. En dat deden we. Wie had gedacht dat wij 81 jaar later ons opnieuw omringd zouden zien door antisemitisme. Dat we onze identiteit niet dit keer verplicht moesten tónen maar moesten verstoppen. Het letterlijk onderduiken moesten we vervangen door het moderne onderduiken. Maar moesten we dat? Worden we verplicht onze mezoeza van de deurpost te halen, onze keppel onder een pet te verbergen? Nee natuurlijk niet. Dat hoéven we helemaal niet te doen. Let wel: ik ontzeg niemand het recht bang te zijn, en het is nogal makkelijk om hier in Amstelveen of in Buitenveldert te melden dat je als Jood je identiteit niet moet verbergen. Dat is anders dan als je in bijvoorbeeld Amsterdam West woont. Maar er is een verschil. 81 jaar geleden vervolgde de overheid ons. Nu beschermt ze ons, fysiek. Met de Koninklijke Marechaussee voor de deuren van scholen, van synagogen en door ons eigen Bij Leven en Welzijn bij feesten waar we ons Joodse leven willen vieren. Dat is 1 verschil.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Hans Weijel, vice-voorzitter Centraal Joods overleg houdt een indringende toespraak
Ik zei ‘fysiek’. Er is namelijk nog iets wat een verschil zou maken. We vragen al heel lang aan de overheid, aan politici, burgemeesters, wethouders, aan bestuurders in het onderwijs, om het ook op een andere manier te doen. Zich uit te spreken tegen het antisemitisme én ernaar te handelen. Zeker, er zijn moties aangenomen in de Tweede Kamer, er zijn verklaringen van afschuw uit gegaan na het zoveelste antisemitische incident, we horen van besturen op universiteiten en hogescholen dat Joden altijd terecht kunnen bij een door hen ingestelde ‘diverstity officer’, dat Joodse ouders op scholen terecht kunnen bij de leiding om er over te praten. Maar dat is niet wat ik bedoel. Ik vind dat er niet naar wordt gehándeld. Hoe zou dat dan wel kunnen?
Bijvoorbeeld een rector die opstaat en zegt dat hij geen antisemitisme duldt op zijn school. Dat kinderen die Joden uitschelden na een stevig gesprek in het bijzijn van de ouders bij een tweede keer worden geschorst. Dat niet wordt getolereerd dat dit komt door Israel. Dat het hier Nederland is, dat Joodse kinderen noch hun ouders verantwoordelijk zijn voor wat in het Midden Oosten gebeurt. Een universiteitsbestuur dat bepaalt dat er 1 demonstratie per week op het universiteitsterrein mag worden gehouden, dat er geen tenten mogen worden opgezet, dat gecontroleerd wordt of zich onbevoegden op het terrein begeven. Met andere woorden dat er gehandhaafd wordt. Want vrijheid van de een mag nooit ten koste gaan van het veiligheidsgevoel van de ander. Burgemeesters die na afloop van demonstraties zeggen dat de kreet ‘Dood aan de Joden’ natuurlijk niet kan (vaak in het Arabisch gescandeerd) maar de politie grijpt niet in. Immers de tolk Arabisch heeft het niet gehoord. Maakt u zich geen zorgen, er zijn inmiddels gehoorapparaten verstuurd. Het OM dat vaak zegt bang te zijn om te verliezen bij de rechter en daarom niet gaat vervolgen. Ik zou zeggen: vervolg, verlies eventueel en laat de politiek dan kijken of er een wetswijziging moet komen. Zodat je de volgende keer wél wint.
Een zeer recent voorbeeld. Een uitgesproken buitenlandse antisemiet wil optreden in de Gelredome. Hij kan niet worden verboden naar Nederland te komen zegt de minister Bart van den Brink van Asiel en Migratie. Immers, er is geen gevaar is voor verstoring van de Openbare Orde. Moeten we dan dreigen dat we die wel even gaan verstoren? Is dat wat deze regering die zegt zo tegen antisemitisme is, wil? Kom op zeg zorg dan dat er een wetswijziging komt. Dát is handelen. Zoals Engeland en Australië dat wel doen: weigeren omdat we geen antisemitisme dulden. Als autoriteit je niet alleen uitspreken, maar er naar handelen, normen en waarden zetten.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Meer dan 100 aanwezigen luisteren naar de toespraken
Wat mij betreft is het optreden van de nieuwe minister-president Rob Jetten hoopgevend. Maar laat dit worden overgenomen door anderen. Als je zegt dat de Joden hier horen, zoals de koning deed, zorg dan als bestuurders dat er wordt opgetreden tegen het uitsluiten van bijvoorbeeld Israeli’s in theaters puur op basis van hun nationaliteit. Te gek voor woorden. Immers er zijn ook Israeli’s tégen het optreden van de regering Netanyahoe. Schaar je als wethouder van Amsterdam niet achter: ‘we mogen niet ingrijpen in de artistieke vrijheid van een theater’. Nee, gelukkig niet, maar het van te voren weren van artiesten is niet het ingrijpen in artistieke vrijheid. Dat is pure discriminatie op basis van het paspoort. Je wéét immers helemaal niet wat die artiest in dat theater zou gaan doen of zeggen! Pure discriminatie dus en dat is verboden.
Maar wij Joden kunnen er óók wat aan doen. We laten ons niet in een hoek zetten, we vieren ons Jodendom, we vieren het leven hier in Nederland. We laten ons zien. We tonen wat Jodendom is, we tonen hoe wij als Joden onze bijdrage leverden én leveren aan de economie, de cultuur, het onderwijs, de wetenschap en alle andere facetten van het leven in Nederland. Zoals we dat eeuwen deden. Want we hebben veel moois in onze cultuur, we droegen eeuwen bij aan Nederland, op al die gebieden en hoewel we met minder zijn dan ooit, gaan we daarmee door. We laten ons niet klein krijgen, beveiligd, bewaakt maar open. We zijn hier en we blijven hier. En we laten aan de rest van Nederland zien dat we er zijn, op een positieve manier en dat het de ánderen zijn die ons in een kwaad daglicht zetten, dat wij Nederlandse staatsburgers zijn die ervoor uitkomen wat het is om Jood te zijn. Hoeveel moois het Jodendom te bieden heeft.
Neem een voorbeeld aan Christenen voor Israël, een sterke organisatie. Na een aanslag een aantal weken geleden op hun gebouw in Nijkerk appte ik steun naar hen. Het antwoord dat ik kreeg was veel betekenend: ‘Dank, dank. Kleine hindernissen onderweg. Onze gebeden zijn bij het Joodse volk’. Als zíj zich niet uit het veld laten slaan, mogen wíj dat zeker niet doen. We hebben veel moois te bieden als Joodse Nederlanders, laten we dat vooral doen. Ik zou het willen noemen waakzaam maar positief. Op het leven!
Na de toespraak volgde de Jizkor, een gebed voor de zielerust van de slachtoffers van de Soa, uitgesproken door de chazzan (voorzanger) Naftali Elburg. Aansluitend speelde Mariëtte Landheer weer een prachtig stuk op de cello waarna Naftali Elburg de Kaddisj voordroeg, het gebed ter heiliging van Gods naam.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Nafttali Elburg draagt zijn gebed/kaddisj voor
David Serphos zei tot slot van deze herdenking: ‘Wij zijn aan het einde gekomen van de officiële plechtigheid. Ik nodig graag degenmen die een krans komen leggen uit om dit te doen’

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Namens de burgemeester en wethouders van Amstelveen legden loco-burgemeester Herbert Raat en
wethouder Marijn van Ballegooijen een krans

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Namens Stichting Amstelveen Oranje werd een krans gelegd

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Namens Stichting Zikna legde Rabbijn Katz een krans

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Namens het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers legden Elly Sijes en Jeta Leeda een krans
Daarna werd ieder een uitgenodigd om als symbool van herdenking een steentje te plaatsen onderaan het monument. Echter bijna iedereen legde het steentje op het monument getuige de foto.

(Foto: Amstelveenweb.com - 2026)
Na de kranslegging legden de aanwezigen een steentje op het monument



