Bijgewerkt: 10 december 2018

Van Leer - 2004

Foto's -> Gebouwen -> Diversen

Van Leer
(Amstelveenweb.com collectie - 2004)

Hoofdkantoor van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer B.V.

Het gemeentebestuur van Amstelveen was niet zo "happig" op het aantrekken van industrie. De gemeente kocht in 1957 de grond op aan de Amsterdamseweg, het land waar de vroegere buitenplaats Elsrijk was te vinden. Elsijk was toen reeds gesloopt. Het landgoed bestond uit weiland en plassen, met slechts in de uiterste zuidelijke kant, de resten van een oude boerderij. De gemeente stelde de grond beschikbaar voor de bouw van het hoofdkantoor van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer. De markering voor het te bouwen gebouw werd uitgezet met behulp van een roeiboot.

Het kantoorgebouw werd ontworpen door de architect Marcel Lajos Breuer en in 1958 gebouwd. De heer H. Hoogeveen kwam in augustus 1958 bij Van Leer in dienst als bouwkundige met als eerste opdracht het gebouw waterdicht te maken. Tot eind jaren van 1980 moesten de werknemers onder vervelende omstandigheden in het gebouw werken, aangezien onder andere, het klimaat niet beheersbaar was. Dit kwam onder meer door een verdiepingshoogte van bijna 5 meter. Inmiddels is het voormalige hoofdkantoorgebouw het 300ste Gemeentelijke monument, omdat de bijzondere architectuur van algemeen belang wordt geacht.

In de tijd van Van Leer werd er veel aandacht besteed aan de tuin. Deze was vol heidebeplanting, die goed aansloot bij het aanliggende park de Braak. Het park de Braak behoorde ook tot het eigendom van Van Leer, maar werd voor 1 gulden verhuurd aan de gemeente.

Het kantoorgebouw is in 1998 gerenoveerd door Architectenbureau Van de Broek en Bakema uit Rotterdam en er verrees een nieuw kantoorgebouw achter op het terrein voorbij de grote vijver. Dit is ontworpen door de toenmalige ZZOP architecten. Nadat de vatenfabriek het pand verliet hebben zich andere bedrijven in het pand gevestigd en draagt het de naam Quality Park Office. Na de opening van het tweede gebouw is het parkgedeelte verkocht aan de gemeente voor 1 gulden, onder voorwaarde dat er nooit meer gebouwd mag worden. De tuin van het Office Park is veranderd en toont een geheel andere aanblik dan de heidetuin van voorheen. De plannen voor 2018 zijn dat de Amity International School het gebouw zal innemen.

Foto Amstelveen
(Bron privé collectie - 2015)

Het hoofdkantoor van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer B.V. aan de Amsterdamseweg in de jaren 1960. Inmiddels is het voormalige hoofdkantoorgebouw het 300ste Gemeentelijke monument van Amstelveen, omdat de bijzondere architectuur van algemeen belang wordt geacht


Informatie over de architect Marcel Breuer
Marcel Lajos Breuer werd geboren op 21 mei 1902 in Pécs Hongarije. Hij was een Hongaars-Amerikaans architect en designer. Breuer studeerde in 1920 kunst in Wenen nadat hij een beurs had gewonnen. In 1920 sloot hij zich aan bij het Bauhaus in Weimar, waar hij tot 1924 student was en zijn meesterschap als timmerman behaalde. De ontwerpen van zijn meubels die hij ontwierp tussen 1921 en 1925 laten een geestelijke verwantschap zien met het werk Gerrit Rietveld, de Nederlandse meubelmaker. De school in Wenen beviel Breuer niet, waardoor hij spoedig ging werken bij een Weens architectenburo en later bij een architectenbureau in Parijs.

Vervolgens ging hij naar de meubelwerkplaats van het Bauhaus waar hij tot 1928 leraar aan de timmerwerkplaats was. Rond 1925 had hij een aantal systemen ontwikkeld voor seriebouw met toepassing van holle stalen buizen, een voor die dagen volstrekt nieuwe visie. Beroemd werd zijn stalenbuizenstoel in S-vorm zonder poten, die nog steeds toepassing vindt. Ook nieuwe toepassingen van aluminium en gebogen hout werden mede door hem ontwikkeld. Breuer's eerste stalenbuisstoel en meest bekende ontwerp is de Wassilyfauteuil B3. Breuer ontwierp een hele serie meubilair van stalen buisframes die geproduceerd en gedistribueerd werden door Standard-Möbel in Berlijn.

In 1926 ontwierp Breuer een gestandaardiseerd metalen huisje en in 1927 zijn huis Bambos. In datzelfde jaar maakte hij een grafische voorstelling van de evolutie van zitmeubilair, die hij besloot met zijn dematerialisatie-ideaal van zitten op 'veerkrachtige zuilen van lucht'. Vanaf 1929 begon Breuer zijn eigen architectenbureau in Berlijn waar hij overwegend op het gebied van de binnenhuisarchitectuur werkzaam was. In opdracht van de Deutscher Werkbund ontwierp Breuer interieurs voor de Duitse afdeling van de tentoonstelling 'Société des Artistes Décoratifs Français' in 1930. De B32 (nu S32) staat sindsdien in Thonets catalogus. De stalen stoel, die in vele versies is geproduceerd, bestaat uit verchroomd staal en riet in een raamwerk van gebogen hout.

Breuer sluit vanwege de recessie in 1931 zijn architectenbureau. Breuer's ontwerpen werden gerealiseerd door het Harnischmacher Haus in Wiesbaden en meubelhuis Wohnbedarf in Zürich. Vanaf 1934 werkte Breuer samen met Alfred en Emil Roth aan twee experimentele appartementen in Zürich, de Doldertal Häuser. Hij ontwierp Breuer een serie flexibel meubilair met behulp van een gepatenteerde constructiemethode die bestond uit platte stroken metaal en aluminium. Om de nazi's te ontvluchten vanwege zijn Joods-Hongaarse afkomst verhuisde Breuer naar Londen. Hier werkte hij in een partnerschap met de architect F.R.S. Yorke met wie hij diverse projecten ontwierp en bouwde. Zij bouwden huizen in Sussex, hampshire, Berkshire en Bristol en het Gane Pavilion in Bristol in 1936. Daar combineerden zij hout met een plaatselijke steensoort.

In 1937 emigreert Marcel Breuer naar Amerika op uitnodiging van . Walter Gropius bood Breuer een baan aan als hoogleraar aan de School of Design van de Harvard University in Cambridge Massachusetts. Breuer nam deze baan aan en verhuisde in 1937 naar Amerika. Tussentijds, tot 1941, runt Breuer samen Walter Gropius een architectenbureau in Massachusetts. Beide bouwmeesters hadden een beslissende invloed op de ontwikkeling van de moderne Amerikaanse architectuur. In 1939 ontwierpen zij het Pennsylvania Pavilion op de wereldtentoonstelling van New York.

Breuer begon in 1941 weer met een eigen architectenburo. Hij ontwierp landhuizen die uitmuntten door geperfectioneerde technische uitvoering. Tussen 1940 en 1950 ontwierp Breuer 70 woonhuizen, voornamelijk gebouwd in New England. In 1947 bouwde hij zijn eigen huis in New Canaan, Connecticut. In 1947 organiseerde het Museum of Modern Art (MOMA) van New York een rondreizende tentoonstelling van Breuer's werk en vroeg hem een goedkoop huis op het museumterrein te ontwerpen, dat in de behoeften van een gemiddeld Amerikaans gezin moest voorzien. Hij gebruikte hiervoor betaalbaar multiplex meubilair.

Breuer werd internationaal bekend na de uitnodiging voor de bouw van het Unesco gebouw te Parijs, samen met L. Nervi en B. Zehrfuss. Tussen 1955 en 1960 werkte Breuer aan drie opdrachten in Nederland: de Bijenkorf in Rotterdam, de Amerikaanse ambassade in Den Haag en het kantoorgebouw van Van Leer’s in Amstelveen. Rond 1956 begon hij ook beton in zijn ontwerpen te gebruiken. Hij gebruikte het beton op een vernieuwende wijze bij zijn ontwerp van het monumentale Whitney Museum of American Art in New York (1966). Verder ontwierp hij hetSki resort te Flaine, de Kerk van St. Francis de Sales te Muskegon, Michigan, het IBM research center te La Gaude.

Breuer behoorde tot de modernistische grootmeesters van de 20e eeuw. In Europa wordt hij herinnerd als de ontwerper van de Wassily (B3) en Cesca (B32) stoelen. In de VS staat Breuer bekend als grootmeester van de ‘moderne beweging’ en als een begeesterend docent aan de Harvard University. Zijn stijl is functionalistisch.
Marcel Lajos Breuer overleed in New York op 1 juli 1981.

Klik voor monumentenbevestigen op Van Leer Vatenfabriek en voor historische foto's op Amsterdamseweg

Klik hier voor andere foto's in de categorie Gebouwen