In het blad
‘Sportief ‘ van 7 januari1949 verscheen een interview met
Jaap Havekotte, waarin hij vertelt hoe de ontmoeting tussen hem en Co Lassche heeft plaats gevonden.
Havekotte en Lassche sloten in het voorjaar van 1948 een compagnonschap toen na de jaarbeurs van dat zelfde
jaar een ware run op hun ‘Noorse’ schaatsen was begonnen. Lassche maakte de schaatsen en
Havekotte kreeg bekendheid bij de verkoop van de schaats.
Huub Snoep en Ron Couwenhoven blikten in 1994 nog eens terug in 100 jaar winter. In beide artikelen komt Co
Lassche nu wel ter sprake, maar krijgt hij niet echt de eer die hem toekomt. Zijn zoon Bert Lassche, als
schaatsverzamelaar aangesloten bij ‘De Poolster’, stuurde begin jaren 1990 het verhaal over de
grondlegger van de Vikingschaats in. Het werd toen niet gepubliceerd, wat vijf jaar later wel gebeurde, zij het op
zeer bescheiden schaal. Amstelveenweb werd benaderd door Bert Lassche met het verhaal en de foto’s.
Vanwege de lange geschiedenis en de vele foto’s is het in twee delen opgemaakt. Mocht u aanvullende
informatie hebben dan kunt u contact op nemen met Amstelveenweb.com.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Jaap Havekotte achter de schaatsen van Co Lassche in 1949
Co Lassche
Jacobus Johannes (Co) Lassche werd geboren in november 1919. Voor de oorlog experimenteerde hij al met
het maken van metalen schaatsen en reeds op 18-jarige leeftijd schaatste hij op zelfgemaakte ‘blikken
noren’ met zaagstalen bladen er in gesoldeerd. Niemand kon toen nog vermoeden dat die schaats van
Co Lassche later zou uitgroeien tot de wereldbekende ‘Vikingschaats’, waar onze jongens zoals
Ard en Keessie en vele anderen wereldtijden op reden. Lassche was de grondlegger van dit merk.
Zaagbladenstaal en biscuitblik
Kort na de oorlog is het allemaal begonnen in een keldertje van een woning aan het IJsselmeer in het prachtige
dijkdorpje Durgerdam onder de rook van Amsterdam. Daar werden de eerste stalen ‘Noren’ met
de hand gemaakt van ‘Welfare’ biscuitblikken, omdat beter materiaal voor hem niet voor handen
was. Deze blikken waren o.a. gebruikt voor voedseldroppings tegen het einde van de Tweede
Wereldoorlog.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Co Lassche controleert een schaats
Lassche haalde bij de firma Griep, een levensmiddelenbedrijf uit Nieuwendam, lege Welfare-blikken, waar hij
huishoudelijke artikelen, zoals bv. oliekannen, waterketels en krulspelden van fabriceerde. Met die eigenhandig
gemaakte artikelen aan een touwtje om zijn nek ging hij de boer op om ze te verkopen. Dit zelfde blik gebruikte
hij ook om zich verder te ontwikkelen in het maken van schaatsen. Voor schaatsstaal gebruikte Lassche
zaagbladen, die zijn echtgenote kocht bij de firma Tools, een zaak in de Amsterdamse Warmoesstraat. De
klinknagels betrok hij van de firma Otto aan de Nieuwendammerdijk.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Dit is een ‘Welfare biscuits’ blik uit de Tweede Wereldoorlog.
Deze blikken werden door Engelse en Canadese vliegtuigen gebruikt voor voedseldropping tijdens de
hongerwinter. Lassche kon als koperslager dit redelijk stevig materiaal wel gebruiken voor o.a. schaatsen,
omdat er toen geen beter materiaal voor handen was. Op deze eerste schaatsen klonk hij nog gewone
schoenen, waarmee hij samen met zijn echtgenote veel bekijks had, toen zij deze zelfgemaakte schaatsen op
de Schellingwouder Breek voor het eerst gingen uitproberen.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Een ‘Champion’ hockeyschaats
Deze schaats is van vlak na de oorlog en werd door Lassche gemaakt. De ‘messing’ kegels en
buizen zijn helemaal met de hand gemaakt, naadloos en vertonen grote gelijkenis met de
‘Champion’ schaats

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Close up van de ‘Champion’ hockeyschaats
Gewogen en te licht bevonden
Theo van Meurs, de zwager van Lassche, is in die tijd met schaatsen verscheidene sportzaken af geweest,
waaronder Leo van der Kar, J. Neef, Itterson, Bertam in de Raadhuisstraat en niet te vergeten Sportmagazijn
Eilers & Co. in de Kalverstraat. Echter niemand kende hem en al snel hoorde Lassche van Eilers, die
overigens zeer enthousiast was over zijn schaats, dat hij maar eens naar de bekende schaatsenrijder Jaap
Havekotte moest gaan om van hem eerst het certificaat van deugdelijkheid in ontvangst te nemen.
Eilers gaf hem het adres en zo klopte Lassche op Sinterklaasavond 1947 ‘bij wijze van surprise’
aan bij Havekotte in Amsterdam. Deze bekeek de schaatsen grondig en kwam tot de conclusie, dat ze van te
licht materiaal waren gemaakt, maar dat de maker desondanks een eerste klas vakman moest zijn. ‘Hij
kon het. Dat zag ik direct’, aldus Havekotte in Sportief van 7 januari 1949 en wilde best met Lassche
samenwerken.
Lassche heeft toen 25 paar schaatsen gemaakt zonder merknaam, met stalen voetplaten en naadloze potten
en deze ter verkoop aan Havekotte aangeboden. Deze wilde ze wel kopen, als hij daarbij het alleen recht zou
verkrijgen voor de verkoop. Dat was natuurlijk prachtig voor Lassche, die in de toen al bekende Havekotte zijn
vaste afnemer had gevonden.
Als warme broodjes
In de Jaarbeurs in Utrecht werd kort daarop een tentoonstelling gehouden. Jaap Havekotte stelde Leo van der
Kar voor om een gedeelte van diens stand te huren om zo die schaatsen van Lassche aan de man te brengen.
Van der Kar hield de zaken liever in eigen hand, stelde voor om zelf de schaatsen ter verkoop aan te bieden en
kon na de beurs melden dat hij maar liefst 340 paar had verkocht! Deze moesten nog wel even gemaakt worden
en dit was voor Havekotte, die timmerman was van beroep, het signaal om zich volledig op de fabricage van
schaatsen te storten.
Lassche werd overgehaald om zijn baan als koperslager op te geven. Hij deed dat in etappes en werd pas
fulltime schaatsenmaker toen de ene order na de andere bleef binnenkomen. Zo kwam februari 1948 het
compagnonschap tot stand. Tip de Bruin, de geschiedschrijver van Amsterdam en omgeving en ooit een
klasgenoot van Lassche, schreef hierover later in een nostalgisch krantenartikel:
‘Tijdens deze proefnemingen liep hij tegen de oud-schaatsenrijder
J. Havekotte aan, die alles over schaatsen wist, maar ze niet kon maken’.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Viking’ schaats
De schaats heeft extreem lage kegels, is vertind en zeer oud. Mogelijk heeft Lassche deze schaats in de
periode rond 1950 gemaakt, want de buis aan de achterzijde is reeds naar beneden verjongd. Deze schaats is
vermoedelijk niet op grote schaal gemaakt voor de verkoop, want ook de lage noren van nu zijn altijd nog een
stuk hoger dan deze. Waarschijnlijk heeft deze schaats als proefmodel dienst gedaan, om te zien wat mogelijk
was.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Viking’ schaats met het logo in de voetplaat ingeslagen
Samen sterk
Lassche en Havekotte zijn samen doorgegaan om hun product op grotere schaal te fabriceren en aan de man
te brengen. Lassche maakte de schaatsen en Havekotte was er voor het zakelijke gedeelte. Hij bracht het
startkapitaal van ƒ 5.510,00 in en leidde de verkoop van de schaatsen. Naast het startkapitaal werden er
nog vier leningen afgesloten bij particulieren, met een totaal bedrag van
ƒ 3.005,00.
Eén van deze tijdelijke geldschieters was J. Punt van de Westlandgracht te Amsterdam. Ook kreeg men
nog een voorschot van ƒ 1.400,00 van de allereerste afnemer, de fa. Sport Engros te Amsterdam. Deze
aanbetaling was voor 31 paar Vikingschaatsen. Deze eerste afnemer had beslist een streepje voor boven de
anderen. Zo betaalde Sport Engros bv. voor een paar Viking 1 schaatsen ter waarde van ƒ 57,50 slechts
ƒ 45,00. De sportzaken Neef en Eilers moesten daarentegen voor dezelfde schaatsen ƒ 51,75
betalen. Tevens werden er orders geplaatst voor schaatsen zonder schoenen en ook losse schoenen werden
geleverd.
Het was moeilijk om een goede schaatsschoen te bemachtigen. Men ging altijd uit van een gewone schoen. De
krachten echter, die op de schaatsschoen worden uitgeoefend zijn behalve verticaal, in grote mate ook
overdwars. Tegen dit zogenaamde ‘zwikken’ moest je een goede schoen hebben. Inmiddels
hadden Lassche en Havekotte in de fa. Hedon en vanaf maart 1949 ook in de fa. Rosmalen hun
schaatsschoenfabrikanten gevonden. Later werd de schaatsschoen aangepast.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Skoyter Viking’ Norsk-model
Dit is de allereerste ‘Viking’ schaats, die Havekotte en Lassche rond 1948 op de markt hebben
gebracht. De schenkel, glijstaal, is gepuntlast en de voetplaat is omgevelsd ter versteviging. Het heeft een
doorgestikte schoen met contrefort, doch nog geen voetholte steun. De achterzijde van de buis is in een later
stadium naar beneden verjongd ter versteviging en dit was kenmerkend voor de schaats van Lassche en de
Viking van vandaag toont nog steeds deze gelijkenis. De voorste kegel is onder en niet door de voetplaat heen
bevestigd, hetgeen ook sterker is gebleken

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
De ‘Skoyter Viking’ close up
Op de Noorse schaats ‘Ballingrud’ was een goede schoen gemonteerd en Havekotte was
degene, die van deze schoen een gipsafdruk maakte en dit model heeft uitgewerkt tot een goede en zo
belangrijke schaatsschoen.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Champion’
De schaats van Lassche die hij maakte in het keldertje van het huis te Durgerdam. Daar werden de eerste
‘Noorse’ schaatsen na de oorlog door hem gemaakt. Het kenmerkende bij deze schaatsen is, dat
de voorste kegel door de voetplaat heen liep en aan de binnenkant was vast gelast. Dit was heel mooi, maar
bleek soms niet sterk genoeg te zijn wanneer de rijder een nogal uit de kluiten gewassen persoon bleek te
zijn

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
De ‘Champion’ schaats close up
Noors of niet?
Op 11 februari 1948 startte Lassche en Havekotte de werkplaats in de Gerard Doustraat 226 te Amsterdam (Z)
met als eerste personeelslid de hr. Henk Schaap. In augustus t/m december kwamen er nog vier man bij,
namelijk de heren Reiff, Eisinga, Groskamp en eind december kwam nog de 5de man in dienst. Begin 1949
begon de werkplaats in de Gerard Doustraat met zeven man personeel al aardig te lijken op een grote
schaatsenfabriek en later in 1949 kwam daar nog de tweede fabriek bij in de 3e Oosterparkstraat 125
Amsterdam(O). Daarbij werd de kelder in Durgerdam ook nog aangehouden. Toch waren ze samen nog maar
een jaar bezig; ze werkten dan ook als paarden. Lassche had zelf de voetplaatstempels gemaakt en mogelijk
ook stempels voor de buis en het neusstukje. De potten of kegels werden toen nog met de hand geslagen, zelfs
tot in de Oosterparkstraat. Het eerste model ‘Viking’ schaats dat op de markt werd gebracht, is
verschenen onder de naam: ‘Norsk – Model Skoyter VIKING’ (skoyter betekent schaatsen
en skoyte betekent schaats.)
De naam Noorse Schaatsenfabriek “Viking” zoals de fabriek in het begin heette, heeft zoveel stof
doen opwaaien, dat de Noorse ambassadeur hoogst persoonlijk aan Havekotte kwam vertellen, dat die naam
aangepast moest worden. Het wás geen Noorse fabriek. De naam veranderde in “Viking”
fabriek van Noorse schaatsen, dat kort daarop weer werd gewijzigd in de huidige naam Schaatsenfabriek
“Viking”.
Het schaatsen maken en verkopen bracht ook heel wat vaste lasten met zich mee zoals:
20 kg poetslappen kostten in 1950 niet minder dan ƒ 18,00
60 lichtpenningen kostten in 1950 ƒ 72,00
(in 1951 had men 30 penningen voor ƒ 46,50.)

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Triomfator’ schaats
Deze schaats maakte Lassche in Durgerdam ter ere van de Olympische Spelen in het jaar 1952, zie
het Olympisch hoofd met de ringen. Ook hier de kegel door de voetplaat, die echter ter versteviging is
omgevelsd. Tevens is ook goed te zien, dat Lassche inmiddels de buis achteraan naar onder heeft verjongd. Dit
is ter versterking van de buis tegen het ombuigen, want de rijder staat achterop de schaats

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
“Triomfator “ schaatsen
Tovenaar
In het blad Sportief van 7 januari 1949 schreef Havekotte dat hij had gezien dat Co Lassche op en top een
vakman was, die in staat was tot in de puntjes verzorgd werk af te leveren. ‘De jonge kerel, die met
biscuitblikschaatsen bij Havekotte aanbelde, is inderdaad een tovenaar met staal en ijzer’ vermeldde het
tijdschrift. Havekotte vertelde de zoon van Lassche meermalen, dat hij zonder Lassche nooit met de Viking zou
zijn begonnen. Toen Bert Lassche kort geleden met zijn moeder bij Havekotte en zijn vrouw op visite was, liet hij
Bert weer weten, dat Lassche met zijn twee handen meer presteerde dan vier volwassen kerels bij
elkaar.
Eerste soort
In die eerste tijd in Amsterdam werden vier typen schaatsen gemaakt: een langebaan-schaats, een
tochtenschaats, een speciale schaats voor de 160 meter en een ijshockey-schaats. Vanaf augustus 1950 kwam
daar nog de Viking Stavast bij. Op de doos stond het volgende:
Met ‘Viking Stavast’, van vallen geen last.
Op mij niet alleen ‘glijden’, maar als de grote mensen ‘rijden’.
Dit was een kinderschaats met dubbele ijzers, waarbij de ijzers in tegenstelling tot andere schaatsen, dicht
naast elkaar waren gemonteerd, zodat het voor de ‘geoefende rijder’ mogelijk was om ook op
één ijzer te rijden.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Een mooie ‘Viking’ schaats van Havekotte / Lassche
Deze schaats stamt uit de eerste periode rond 1949, zie de vergelijking met de Skoyter Viking. Ook deze
schaats heeft een omgezette voetplaat en de kegels vertonen grote gelijkenis, als ook de buis die aan de
achterzijde toen nog niet naar beneden werd verjongd.
Een tweede type schaats uit die periode met de naam Viking er op, alsmede de namen Havekotte en Lassche, zijn nog bij de zoon van Lassche, Bert, in zijn verzameling aanwezig. Hij kreeg ze van Jaap Backer, een bekend oud-schaatser, die ook heel wat wedstrijden op zijn naam heeft staan. Het eerste jaar tot en met december 1948 werden er 657 paar schaatsen afgeleverd aan diverse firma's.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Viking’ schaatsen van Havekotte / Lassche
In de wintercatalogus van de sportzaak Carl Denig voor 1950-1951 staat onder het kopje ‘Noorse
raceschaatsen’ o.a.:
Volgens Havekotte heeft Carl Denig in 1950-1951 de Viking-schaats onder de prijs aangeboden. De juiste toen
vastgestelde prijs voor de Viking 1e soort was ƒ 86,00.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Viking’ schaats
Deze Viking is een uniek gebeuren uit het vroege verleden. Er zijn geen kegels meer, zodat de schaats wat
hoogte betreft, aardig overeenkomt met de vroegere houten schaatsen
Kinder noren
Bert Lassche heeft nog steeds de kindernoortjes die zijn vader maakte. Het ene paar heeft kleine met de hand
gemaakte potjes onder de voetplaten en de buis is van voren en van achteren wat omhoog gewerkt. Het andere
paar heeft potten van normale grootte, die eigenlijk te fors zijn voor zulke kleine Noortjes. Daardoor zijn het juist
wel grappige schaatsjes. Een typisch kenmerk van Lassche’s schaats uit die eerste tijd was, dat hij de
buizen aan de achterkant naar beneden door liet lopen ter versteviging van de achterzijde van de schaats en het
staal. De onderzijde van de buis liep achter als het ware in één lijn door, terwijl de bovenzijde
naar beneden toe werd verjongd. J. Havekotte jr past dit vandaag de dag nog steeds toe op de huidige
‘Viking’ schaatsen.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Het eerste schaatsje van Bert Lassche, dat door zijn vader helemaal met de hand was gemaakt. Aan de
achterzijde is te zien dat hij hier nog de buis naar boven heeft laten gaan, waar hij later op is
teruggekomen

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Het eerste schaatsje van Bert Lassche, van de onderkant gefotografeerd

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
Kinderschaats
Lassche maakte een kinderschaats waar hij de buis achter naar beneden heeft laten verjongen. Het is een
onooglijk, maar toch een leuk schaatsje. De schaats is te hoog, dat is gekomen, omdat hij inmiddels een pers
had aangeschaft waar hij de buizen en kegels op kon stampen. Deze kinderschaats bevat kegels voor een
volwassen schaats, waardoor de verhoudingen niet helemaal kloppen. Zijn zoon kon er echter prima op
schaatsen en won ook veel wedstrijden.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
De onderkant van de kinderschaats
Afnemers Leveranciers
Enkele bekende afnemers en leveranciers uit de eerst periode waren de volgende:
Sport Engros, Jacob’s Ijzerhandel, Carl Denig, Robert Zapp Edelstaal / slijpschijven vlakbij de G.
Doustraat, W.H. Eilers en Co Amsterdam nv. Handelmij. Dinteloo J.T. fiberborstels, G.L. v Iterson Amsterdam,
Bernet en Co. gepolijste platen, J. Neef Amsterdam Hedon sportschoenen. (50 paar. voor ƒ 748,40), fa.
Verduin Amsterdam R.J. Bronn 30 paar. schoenen (éénmalig) voor ƒ 800,-, fa.
C.G. Sieben en Co Amsterdam, Ja-di schoenenfabriek. 10 paar. ƒ 148, 63 paar. voor ƒ
802,-, fa. T. Boot Purmerend, fa. Rosmalen 1 paar f 13,50, 2 paar
ƒ 27,60 > ƒ 25,40, The Sport Shop Amsterdam Zimmer en Zn. Harden van
schaatsijzers, Bertam Amsterdam Minerva Chromewerk.
Breuk
Het compagnonschap kwam in mei 1952 om persoonlijke redenen tot een eind. Voor zover zoon Bert Lassche
is ingelicht heeft de zakelijke kant van Havekotte wantrouwen gewekt bij vader Co Lassche, die totaal niet
zakelijk was. Dat leidde tot de breuk.
De contacten met Havekotte zijn gelukkig altijd goed gebleven en Bert
Lassche hoopt ook van harte dat het zo blijft. “Havekotte is naar mijn mening altijd een betrouwbare en
harde werker geweest, waar ik heel veel respect voor heb en ik heb bemerkt, dat de breuk in het
compagnonschap hem nog steeds pijn doet, wanneer hij erover praat” aldus Bert Lassche.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Vikingschaats
‘model Broekman’ uit 1954
Dit is de eerste schaats waar de schoen een voetholte steun heeft. De naam ‘Lassche’
ontbreekt hier op de kegel, omdat het compagnonschap werd beëindigd in het voorjaar van 1952.
Havekotte kon alleen haast niet verder en moest schaatsen in het buitenland laten maken. Die leverancier vond
hij in Zweden en deze leverde aan Havekotte de ‘Viking’ ABC, zoals hierna is
afgebeeld.

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
De ‘Vikingschaats ‘model Broekman’ vanuit een andere hoek

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
De achterkant van een ‘Viking’ schaats

(Amstelveenweb.com collectie - 2008)
‘Viking’ ABC
De schaats die Havekotte in Zweden heeft moeten laten maken na de breuk met Lassche. Lassche heeft na
de breuk toch nog heel veel werk voor Havekotte gedaan, zodat deze een doorstart kon maken.
Klapschaats
Havekotte ging wel door met het maken van schaatsen. De fabriek verhuisde van Amsterdam naar Weesp, waar
zijn zoon J. Havekotte jr het bedrijf heeft voortgezet. In augustus 2000 verhuisde de onderneming naar
Almere. De “Viking” is nog steeds een wereldmerk en een heel mooie schaats en ook de
techniek hiervan gaat met onder andere de klapschaats en de combinoor nog steeds verder.
Bent u nog steeds geboeid over hoe het Lassche verging?
Lees dan verder in
Deel 2 - Co
Lassche.