Bijgewerkt: 22 juli 2014

De Amstelveense Turftrapster



Om de afbeelding te zien is QuickTime nodig. Met de Shift en Ctrl toetsen kunt u in- en uitzoomen




(eigen collectie - 2002)

In de Middeleeuwen werd reeds veen gebaggerd voor turfwinning. Turf is een product van de vervening, het is gedroogd veen. In Amstelveen en omstreken vond de turfwinning plaats tussen de 16de en 19de eeuw. Deze turfwinning wordt door de Amstelveners ook wel “de Aardolie van de Gouden Eeuw” genoemd.

Voorafgaand aan het veenbaggeren, moest men de bovengrond afgraven en afvoeren, omdat deze niet geschikt was om turf van te maken. Het onderliggende veen werd vervolgens gestoken of gebaggerd en in kluiten naar zogenaamde legakkers verplaatst. Daar vermengde men deze veenkluiten met water en werd het tot turf getrapt.

Turftrappers Amstelveen
(Bron Bibliotheek Amstelland - 2012)

Turftrappers

Dit gebeurde met behulp van een soort kleine ski (plankjes onder de voeten gebonden). Als de veenkluiten gelijkmatig waren aangetrapt, werd de turf in gelijke “turven” gesneden waarna ze moesten indrogen. Na het indrogingsproces werden de blokken op stapels gezet en na verdere droging per turfbok, een platte schuit, naar de afnemers vervoerd. De voornaamste afnemer was Amsterdam.

Het turftrappen was voor veel gezinnen een goede bron van inkomsten, beter dan vanuit de veeteelt werd verkregen. De verkregen turf werd door de afnemers als brandstof gebruikt. Brandende turf dat zachtjes gloeit en smeult, bleek namelijk geschikt om vanuit klei, bakstenen te vervaardigen.

De veenmeren die door het baggeren ontstonden werden in de 18de eeuw drooggelegd.

Zie voor informatie over de kunstenaar Pieter de Monchy.