"De situatie van de te bouwen Ned. Herv. kerk te Amstelveen op de z.g.n. Speelweide, een plantsoen van ongeveer 180 bij 200 meter temidden van een lage bebouwing, en gelegen aan het einde van een watergang in de Charlotte van Monpensierlaan, was zeer aantrekkelijk. Temeer, waar in nauwe samenwerking met de dienst van Openbare Werken, de kerk temidden van het openbare groen gelegd kon worden, waarbij geen zichtbare afscheidingen tussen de gronden van de kerkelijke- en de burgerlijke gemeente opgericht werden, en de oorspronkelijke functies van het terrein gehandhaafd bleven, namelijk wandelpark, speelweide voor de jeugd en aan de oostelijke rand een openluchttheater.
De gehele aanleg van het terrein werd na de bouw van de kerk herzien en met veel zorg verbeterd door de Directeur van Plantsoenen, de heer C. Broerse. De door de bouwcommissie aan mij gestelde opdracht was duidelijk; in het besef namelijk van een vèr voortgeschreden verburgerlijking in de bouw der Hervormde kerk formuleerde de commissie haar wens kortweg als volgt: wij willen een kerk, geen zaal.

(Duintjer Architecten - 2004)
Een tekening van de Kruiskerk uit 1948

(Duintjer Architecten - 2004)
Een originele tekening van de Kruiskerk uit 1948

(Duintjer Architecten - 2004)
Indeling van de Kruiskerk op een originele tekening uit 1948

(Duintjer Architecten - 2004)
Artikel in het Amstelveensch Weekblad op 6 april 1951- De kruiskerk in Elsrijk
Verder werd gesteld: de kansel centraal, een vaste avondmaalstafel en vast doopvont. Vanuit deze grondslagen werd gewerkt en het werd een moeizame weg via eerste plan, tweede, derde tot het vierde gebouwde project. Maar in deze weg groeide een samenwerking met de bouwcommissie die de meest bepalende grondslag zou toevoegen aan de grondslagen van waaruit gebouwd werd.
Naar ik vermoed past het de architect niet, bij publicatie van eigen werk te schrijven dat hij een instrument van zijn opdrachtgevers was geworden; ik was het en ben er erg dankbaar voor.
De gedachte van de centrale opstelling van de kansel was uitgangspunt; de overtuiging voor de Hervormde kerk, een sterk gematigde langsrichting in het schip, op de kansel gericht, uit te spreken, groeide mettertijd. Deze matiging van de langsrichting zochten wij ook in het stellen van dwarsassen en het als het ware „uitvliegen" van de zijwanden van het schip. Dit werd de grondslag van de karteling van de buitenwand — aanvankelijk sterker geknikt maar op het acoustisch advies van Prof. Fokker terug gebracht — en in het schema van de regelmatige tienhoek vastgelegd.
De avondmaalstafel kreeg haar vaste plaats voor de kansel, als symbolische aanduiding, met de mogelijkheid tot uitbreiding, om plaats te bieden voor 65 personen. Het doopvont, eveneens vast opgesteld, werd in de treden van het podium geplaatst. De opstelling van de banken met een middenpad werd gekozen, zowel voor trouwdiensten als voor het gaan van de predikant naar de kansel, komend uit de collectanten- en diakenenkamer — "door het midden van de gemeente".
De plaatsing van het orgel in de rug van de gemeente leek ons de juiste; tegen een balcon zijn veel bezwaren in te brengen, vooral de gedeeldheid in de plaatsing van de gemeente, maar bij slecht bezochte diensten heeft het ook iets voor — en tenslotte werd, om het aantal zitplaatsen op te voeren, tot het balcon besloten — en daarmee biedt de Kruiskerk aan maximaal 1000 personen zitplaats. In de voorbouwen zijn ondergebracht: een catechisatiezaaltje, een collectanten- en diakenenkamer, verder theekeuken, archief en toiletten.
De verwarmingskelder is onder het podium van de kerk gelegen. Constructief is de kerk opgebouwd als een staalconstructie met portaalspanten van D.I.E. 50 en stalen gordingen, het balcon als stalen plaatligger met stalen onderslagen; de portaalspanten zichtbaar in het schip gesteld en door de glazenier Jan Ooms beschilderd; hij is thans doende de apostelfiguren hierop aan te brengen; de apostelen als „pilaren der kerk".
Fundering: houten palen met betonopzetters. De muren van metselwerk met betonnen kozijntjes en deze bezet met blank glas. De toren gemetseld, de spitsen in hout geconstrueerd en met lood bekleed. Houten dakbeschot en met grijze geëngobeerde pannen gedekt.
Plafondhout van Niangon; banken, kansel, het blad van de avondmaaltijd en de orgelkast van mahoniehout en alles vervaardigd door de firma F. Weyers te Amsterdam. Het doopvont van bazaltlava met roodkoperen deksel. Rode plavuizen op de vloeren, de muren afgeschuurd in witte cementspecie.
De beeldhouwer B. Guntenaar sneed een duif als symbool van de Heilige Geest op de kansel, verder enige grepen op de tochtdeuren en een greep op het doopvontdeksel, waarin hij de voorstelling van Jona en de vis verwerkte.
De verwarming uitgevoerd als warmwater verwarming met convectoren en voetverwarming, uitgevoerd door N.V. Installatiebouw-Amsterdam volgens project van Ir G. Fuchs; voor de beton- en staalconstructie adviseerde Ing. P. van der Weiden te Amsterdam.
De electrische installatie werd aangebracht door de firma Salentijn en Co te Amsterdam. Het geheel werd onder de zorgzame leiding van de dagelijkse opzichter de heer C. Doets door de aannemersfirma S. Woudstra te Arnhem en diens onderaannemers gebouwd en in Mei 1951 opgeleverd".