De geschiedenis van Maarse & Kroon begon feitelijk op 1 februari 1923. Vanaf die dag reed de firma met één bus op het traject Rijnswaterwoude-Leimuiden-Leiden, toen nog onder de naam Wegman, Kroon en Co. 'Co.' stond hier voor Jac. Maarse, die toen al in de directie zat. Spoedig daarna trok de heer Wegman zich terug en ging het bedrijf verder als Maarse & Kroon.
Jac. Maarse besefte al snel dat kleine bedrijven weinig kans hadden te overleven en zocht dus naar uitbreiding van het bedrijf. In 1926 zag hij zijn kans, toen de NV Autobusonderneming van J.J. Poort en J.P. Sloothaak te koop werd aangeboden. De onderneming van beide heren onderhield eveneens slechts één dienst: vanaf de Bennebroekerweg in Rijsenhout via Aalsmeer naar het dorp Amstelveen.
Per 1 januari 1927 werd de NV Autobusonderneming opgekocht en daarmee reed Maarse & Kroon voor het eerst op Amstelveen. Het wagenpark groeide. De eerste wagen was een GMC-vrachtauto (General Motors Corporation) die door plaatsing van losse banken geschikt was gemaakt voor het vervoer van voetballers en voor korte trips. Het lijnennet telde steeds meer kilometers.
Het aantal personeelsleden hield met de gang van zaken gelijke tred. De heer J. van Immerzeel, de eerste medewerker van Maarse & Kroon, kreeg er veel collega's bij. Wanneer mogelijk werden andere bedrijven opgekocht.
De belangrijkste overname was die van het bedrijf van Van Poelgeest. Ook het reisbureau dat Van Poelgeest inmiddels had opgericht en de vele bijbehorende toerritten werden overgenomen. Door deze fusie telde Maarse & Kroon in één klap mee op het gebied van toerritten in deze streek.
Directeur Kroon kon zich in de expansiedrift van zijn partner Maarse echter niet vinden en liet zich uitkopen. Vanaf 1939 werd Jac. Maarse de enige directeur.
Eén van de chauffeurs die Maarse & Kroon overnam van Van Poelgeest, was Rein van den Berg.
Deze Groninger van geboorte trad in 1926 in dienst en werd de vaste chauffeur van Van Poelgeest voor buitenlandse ritten. De eerste keer dat hij de grens passeerde was in 1928, toen hij de Franse hockeyploeg uit Parijs ophaalde voor de Olympische Spelen in Amsterdam. Tijd om naar de wedstrijd te kijken was er niet, eerst moest nog de Italiaanse voetbalploeg worden opgehaald. Ook maakte hij talloze toerritten met wagen nummer 8, een ouderwets geval met een zeilen kap.
De bussen van Maarse & Kroon mochten tijdens de oorlog aanvankelijk helemaal niet rijden en later slechts op beperkte schaal. Op 25 juni 1940 opende de firma Sloothaak een dienst met een paardentaxi van de Heemraadschapslaan tot bus H bij de Kalfjeslaan.

(Bron P. Sloothaak - 2012)
Nico Sloothaak op zijn verbouwde taxi in 1942, getrokken door een paard. Door de schaarste van benzine en andere goederen tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ondernemers heel vindingrijk, zoals hier op de foto is te zien. De paardentaxi rijdt op de Amsterdamseweg ter hoogte van de toenmalige Incassobank. De foto zelf komt uit een Canadees archief van een tante van Peter Sloothaak, de zoon van Nico.
De taxi vertrok tegen de winter, ook elke avond om elf uur vanaf het Leidseplein naar Amstelveen, om late passagiers thuis te brengen. Vanaf 1 november 1940 gingen de Amsterdamse trams al om half negen de remise in. In 1941 werd bus H stopgezet, een drukke lijn die in de spits tot 500 reizigers per uur vanuit Amstelveen naar hun werk in de hoofdstad vervoerde. Daarom werd de trein weer ingezet om personen te vervoeren, ook al omdat veel fietsen waren gevorderd. De trein was dan ook dagelijks afgeladen.
Door de oorlogsomstandigheden kon er van toervervoer geen sprake zijn. Steeds minder brandstof, gasgeneratoren, banden en onderdelen waren beschikbaar, bovendien werden bussen gevorderd en werd personeel in Duitsland tewerkgesteld. Uiteindelijk moest het hele bedrijf worden stilgelegd.
Na de oorlog maakte het bedrijf van Maarse & Kroon sterke groei door. Dit was natuurlijk het
resultaat, dat de spoorlijn Amsterdam-Amstelveen werd opgegeven.