Bijgewerkt: 22 november 2017

Halifax Mk.III en berging - 1944

Foto's -> Geschiedenis -> Tweede Wereldoorlog

Halifax Mk.III en berging
(Bron Collectie particulier - Dhr C. Maarschalkerweerd)

Halifax bommenwerper

Bron: Dhr C. Maarschalkerweerd - Amsterdam

Vliegtuigcrash bij Amstelveen in 1944

Op 16 juni 1944, zo rond middernacht, waren 23 viermotorige Halifax-bommenwerpers van No.77 Squadron opgestegen van de vliegbasis Full Sutton in Yorkshire. Temidden van bijna 300 bommenwerpers van diverse andere squadrons van R.A.F. Bomber Command, vlogen deze 23 toestellen over de Noordzee richting Sterkrade in het Duitse Roergebied. Hier wilde men een synthetische oliefabriek bombarderen. Een vlucht die een grote tol eiste van de ingezette bommenwerpers en bemanning.

Minstens 31 van de bommenwerpers werden door Duitse Flak's (ongeveer 12) en nachtjagers (rond de 10), neergehaald, waaronder 22 Halifaxes.

De Handley-Page Halifax Mk.III NA508 (KN-A) was één van de 23 aan deze aanval deelnemende toestellen van het 77ste Squadron en haar zevenkoppige bemanning bestond uit:
Flight Sergeant Robert Blair (RAAF) 22 jaar;
Sergeant Herbert Moore (RAF), 31 jaar;
Flying Officer Lancelot Pratt (RAAF), 27 jaar;
Flight Sergeant Gordon Armstrong (RAAF) 21 jaar;
Warrant Officer John O’Meara (RAAF), 32 jaar;
Sergeant Dennis Tustin (RAF), 21 jaar en
Flying Officer John Date (RAAF), 20 jaar.


Voor het bombardement op de synthetische oliefabrieken te Sterkrade werden twee formaties samengesteld, bestaande uit 100 Avro Lancasters, 99 Halifaxes (waaronder 23 van No.77 Squadron). Vervolgens in tweede formatie 37 Lancasters en 64 Halifaxes. In totaal zo'n 300 vliegmachines, hoewel een andere bron in dit geval spreekt over 321 toestellen (162 Halifaxes, 147 Lancasters en 12 Mosquito’s) van No.’s 1, 4, 6 Group. Vermoedelijk zijn hierbij de hiernavolgende vliegmachines inbegrepen. Want vooraan - en dus vóór de bommenwerperstroom - vloog een groep z.g.n. “Pathfinders” bestaande uit 6 Lancasters en 16 Mosquito’s. Deze zouden bij aankomst het te bombarderen doel markeren. Daarachter volgden de twee hoofdgroepen met hun ladingen brand- en brisantbommen. In totaal 322 bommenwerpers.

De Halifax NA508 bereikte zonder noemenswaardige problemen het opgegeven doel. Sgt. Armstrong (plat op z'n buik en voorover liggend voor in de neussectie van het toestel) drukte op de afwerpknop voor de bommen, op 't moment dat het doelgebied in zijn vizier onder hem doorschoof. Door de druk op de knop liet hij de 15 vijfhonderd pounds projectielen omlaag tuimelen. Verlost van haar zware bommenlast, veerde de NA508 op en zwenkte weg om de terugreis naar het veilige Engeland te aanvaarden.

Het bombardement was echter geen succes. De gebouwen en installaties op het fabrieksterrein beneden hen waren nauwelijks geraakt en beschadigd, zo bleek later uit verkenningsfoto’s. Vanwege het zware wolkendek boven het doelgebied, waren de gekleurde markeringsbommen, welke door de Pathfinders waren aangegeven, weinig effectief geweest. De bommenrichters van de achteropkomende toestellen moesten afgaan op de gloed tegen het dichte wolkendek onder hen en bombardeerden min of meer op goed geluk vanaf 5000 meter hoogte. Van de fabrieken was niets zichtbaar geweest. Wel werden er achttien woonhuizen vernietigd en veel burgers gedood.

Van de 23 uitgezonden Halifaxes van No.77 Squadron keerden op de vroege ochtend van de 17de juni 1944, zeven stuks niet terug op de vliegbasis Full Sutton in het Engelse Yorkshire. Één van die zeven toestellen was dus de Halifax NA508, die nabij Amstelveen neerstortte. Het wrak zou ruim 46 jaar na de oorlog worden geborgen.

1944-Halifax-berging
(Bron: Gemeentearchief Amstelveen-2002)

Duitse soldaten graven in 1944 de resten op van de neergestorte Halifax bommenwerper. Ze waren vooral geïnteresseerd in het vliegtuig ingebouwde H2S-radarsysteem. De H2S-radar was samen met een roterende antenne gemonteerd aan de onderkant van de bommenwerper. De radarreflecties waren dan op een PPI (Plan Position Indicator) scherm weergegeven in de vorm van een kaart. De Duitsers wilden ook zo een radar heel graag namaken, want uiteindelijk was dit systeem zeer belangrijk geweest om de oorlog te winnen voor geallieerden, maar vooral voor de RAF
Berging van de Halifax
In de zomer van 1990 kregen diverse inwoners van Amstelveen via het gemeentebestuur een brief. Hierin werd hen ondermeer meegedeeld, dat er bij de berging van de Engelse bommenwerper in de Bovenkerkerpolder aanwijzingen waren dat zich nog explosieven in of nabij het vliegtuigwrak bevonden. Het kon in de daaropvolgende dagen noodzakelijk blijken dat woningen binnen in de direkte omgeving van de bergingsplaats, ontruimd moesten worden.
Bij het verlaten van de woningen moest men dan deuren en ramen sluiten. De politie zou zorgdragen voor bewaking. Men moest het water afsluiten. Huisdieren konden thuis gelaten worden. Bewoners in het gebied die niet mobiel waren, moesten dit zo snel mogelijk melden op een speciaal ingesteld informatienummer van het raadhuis. Ook kon men via deze lijn informatie inwinnen. Indien tot ontruiming moest worden overgegaan zou men dat tussen 09.00 en 16.00 uur d.m.v. geluidswagens bekendmaken. Degenen die geen andere opvangmogelijkheid hadden konden in het wijkcentrum “De Meent” terecht.

Zodra het gevaar was geweken zou dat via informatiekanaal 2, via zender Amstelveen Lokaal en via de eigen frequentie in genoemde opvangcentra te beluisteren zijn.

Het wrak van de viermotorige Handley-Page Halifax Mk.III bommenwerper, die daar in juni 1944 in een weiland achter de Amsteldijk-Zuid neerstortte, werd in juli 1990 geborgen. Zesenveertig jaar en één maand na dato! Het was een berging die door velen toch wel met enige spanning tegemoet werd gezien. Niet alleen door de leden van bergingsploeg, de mensen van de E.O.D. en de omwonenden, maar ook door de mensen van ‘t Yorkshire Air Museum in Engeland. Deze hadden hun hoop gevestigd op het bergen van het rompvoorstuk van dit toestel, omdat men in het museum bezig was met de reconstructie van een Halifax-bommenwerper.
Van de ruim 6.100 exemplaren die gedurende de Tweede Wereldoorlog waren gebouwd, was er op de hele wereld niet één meer overgebleven. De meeste spanning echter leefde ongetwijfeld onder de families en de nabestaanden van de vier in 1944 omgekomen bemanningsleden, die nog steeds vermist werden. Het vermoeden bestond dat de resten van deze vliegers zich nog tussen de restanten van de bij Amstelveen verongelukte bommenwerper moesten bevinden. Behalve enkele wrakdelen waren bij de bergingspoging in 1944 reeds enkele afgerukte lichaamsdelen van een bemanningslid geborgen. In 1953 was er een poging gedaan om de restanten van het vliegtuigwrak en die van de tot op dat moment nog altijd vermiste bemanningsleden uit de Amstelveense klei te halen. Daarbij zouden de stoffelijke resten van twee inzittenden zijn opgegraven en geborgen.

Op 10 juli 1990 werden de bewoners volgens plan geëvacueerd. Tijdens de berging werd al vrij snel een schouderbeen gevonden. In de bovenlaag van de aarde trof men nog meer menselijke resten aan, die bij de eerdere berging in 1953 niet waren opgemerkt. Dit waren vermoedelijk delen van beide lichamen, welke in 1944 reeds waren opgegraven. Tevens werden nog enkele andere zaken zoals munitie, uniformresten en een parachutehaak gevonden. De resten van de vier vliegers zijn later te Bergen op Zoom ter aarde besteld.

Te Amsterdam ligt ook een "onbekende" Australische vlieger (of delen) begraven, afkomstig uit dit vliegtuig, waarvan de identiteit niet volledig kon worden vastgesteld (Grafnummer 01.B.69).
De berging verliep zonder problemen en de bewoners konden gerustgesteld naar hun huizen terugkeren.

Klik hier voor andere foto's in de categorie Geschiedenis