Bijgewerkt: 17 december 2018

Buitenplaats Amstelrust - 2004

Foto's -> Gebouwen -> Buitenplaatsen

Buitenplaats Amstelrust
(Amstelveenweb.com collectie - 2004)

Buitenplaats Amstelrust aan de Amsteldijk 319.
Zie op de kaart de ligging onder nummer 4.

Geschiedenis van Amstelrust
Bron tekst uit: Amstelveen acht eeuwen geschiedenis - Groesbeek
Het landgoed waar nu nog het gebouw Amstelrust is te vinden, was oorspronkelijk eigendom van Michiel Pauw, schepen van Amsterdam. Hij bezat een kavel land van ruim 27 maden, dat zich van de Amstel af over de wetering, over de Veendijk (heden Amsterdamse weg) en over het Karnemelksegat uitstrekte tot aan de oude landscheiding van Rieck (Rietwijk). N.B. Het Karnemelksegat was een langgerekt, onregelmatig gevormd water, dat aan de noordkant in verbinding stond met de Nieuwe Meer en aan de zuidkant eindigde ter hoogte van het huidige Braakpark. Het Karnemelksegat is verdwenen bij de aanleg van het Amsterdamse Bos.

Op 6 augustus 1635 droeg Pauw het complex over aan Sijbrant Cornelisz, die notaris was te Amsterdam. Deze gaf het de naam 'Groenhoven'. Drie jaar later overleed hij en zijn weduwe verkocht Groenhoven aan Michiel Gijsbertsz. Popta. Aan de Veendijk liet Popta de buitenplaats 'Groenhoven' bouwen. Na zijn dood werd het landbezit verdeeld.

Popta’s oudste dochter Sara, trouwde met Mr. Jacob van der Does. Zij kregen een dochter, Vrouwe Jacoba Catharina, die later in het huwelijk trad met Mr. Willem Hendrik van Marcelis. Een dochter uit dit huwelijk, Sara Cornelia van Marcelis, trouwde met Jan Lucas Bouwens, koopman te Amsterdam, later te Culemborg. Zij verkochten de hofstede, die toen al de naam Amstelrust had, op 6 november 1724 voor ƒ 6.250,- aan Jan Steur (kruidenier). Van de twee dochters van Jan Steur erfde Maria Steur Amstelrust. Op 7 augustus 1730 verkocht zij het aan Jean du Pire. Hij betaalde ƒ 13.000,- voor de buitenplaats. Voor het land ter zijde en achter de buitenplaats, ter grootte van 131/2 morgen, betaalde hij ƒ 8.675,-.

Abraham Rademaker, een bekend historisch tekenaar, tekende deze buitenplaats. Die gravure ziet er anders uit dan het huidige Amstelrust. Het huis was eind 17e, begin 18e eeuw gebouwd door Adriaan Dorstman. Het oorspronkelijke gebouw had een hoog midden-paviljoen met tentdak dat door een triton bekroond werd. Twee lange vleugels sloten op het hoofdgebouw aan. Men vermoedt dat Steur, na aankoop van Amstelrust, de buitenplaats liet verbouwen.

Amstelrust toegangshek
(Amstelveenweb.com collectie - 2004)

Het smeedijzeren toegangshek (1740) van de buitenplaats "Amstelrust".

Na het overlijden van Steur verkocht zijn weduwe Johanna Maria Abeleven op 10 juni 1754 het complex aan Vrouwe Hendrika Kumsius, echtgenote van Arnoldus Ameshoff. Het complex was ƒ 22.000,- waard, maar er werd slechts ƒ 15.000,- voor betaald. Ameshoff, die op 21 februari 1791 overleed, had bij zijn testament d.d. 6 mei 1782 bepaald, dat de op 'de hofstede staande heerenhuizinge, stalling, koetshuis, tuinmanswoning, orangehuis en koepel bij de oude menagerie', gedurende 30 jaar niet mochten worden afgebroken op een boete van ƒ 15.000,- ten behoeve van de Gereformeerde Diaconie.

Onder die bezwarende voorwaarde kocht Christina Peetersen, weduwe van Hendrik Wenke, op 23 februari 1804 het landgoed voor de som vanƒ 9.750,-. Hierbij was een dubbele bank of gestoelte in de Gereformeerde Kerk van Amstelveen, inbegrepen. Hun zoon Jan Hendrik Wenke, was in 1816-1817 burgemeester van Nieuwer-Amstel. Vermoedelijk viel dit ambt hem te zwaar, want in 1822 treedt hij op als secretaris van de gemeente. In dat jaar verkocht hij Amstelrust voor ƒ 9.500,- aan Johannes Jacobus Anthonius Heutz, die het buiten al eerder als huurder bewoond had. Heutz verkocht het al spoedig aan Mr Ernst Sigismund Swaen op 26 maart 1825, voor ƒ 15.500,-.

Amstelrust werd door Swaen ten dele herbouwd, dat men afleidt van een steen met het jaartal 1830. In 1835 ging het complex weer in andere handen over, maar was in verval geraakt. Van het koetshuis was niets meer over. Het plan om op het complex een arbeiderssportpark - arbeiders jeugd centrum te vestigen, werd niet uitgevoerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het in handen van de Duitsers. Het huis was voorbestemd als residentie voor de Ortskommandant. Hierdoor werd het gehele interieur uitgebroken met de bedoeling er een moderner inrichting voor in de plaats te stellen, maar dat heeft niet plaatsgevonden De restauratie van de buitenplaats vond na de Tweede Wereldoorlog plaats.

Het huidige huis is een vierkant landhuis met een omlopend schilddak met hoekschoorstenen. Het werd gebouwd in de eerste helft van de 18e eeuw, verbouwd in 1830 en hersteld omstreeks 1930. Via een boogbrug met een prachtig smeedijzeren hek uit 1740 (zie volgende foto) komt men bij het buiten. Naast het huis staat een eenvoudig koetshuis met een dienstwoning. Het bijbehorende park is grotendeels opgegaan in het Amstelpark, dat in 1972 werd aangelegd voor een Floriade.

Klik hier voor andere foto's in de categorie Gebouwen