Bijgewerkt: 21 oktober 2019

Buskruitfabriek - 1900

Foto's -> Buurgemeenten -> Amstelveen
Buurt over Ouderkerk


Buskruitfabriek
(Bron: Historisch Cahier nummer 6)

Buskruitfabriek "De Oude Molen" aan de Amsteldijk.

Bron: Historisch Cahier nr 6 - VHA

Nimmer had de Middeleeuwse pastoor van het dorp kunnen voorzien, dat zijn pastorieland nog eens voor oorlogszuchtige doeleinden gebruikt zou worden. De kruitfabriek werd namelijk op zijn land gebouwd. Op 1 april 1610 vindt de verkoop plaats van 10 maden land (oudtijds geheten 'het smalle weer'), 'streckende van de pastoorshoff die de woeninghe van de pastoer te wesen plach oostwaerts op tot aen den Amsteldijk'. Zelfs in de belendingen van onroerend goed weerspiegelen zich soms de politieke en geestelijke veranderingen, want in 1614 wordt dit land met huis en hooihuis, 'streckende van de predikantswerf tot de Amsteldijk', opnieuw verkocht. De pastoorshof was dus in vier jaar tijd tot predikantswerf geworden. Het land wordt later verdeeld en op het overblijvende deel worden nog twee huisjes bijgebouwd zodat op 13 november 1710 deze 5 mad land met 3 huisjes erop voor ƒ 1000,- in het bezit raken van Pieter Maes en Johannes Pellegrom van Hierde. Op dezelfde dag kopen zij nog een naast gelegen huis met 164 roeden land erbij voor f 781,-.

Zo hadden zij zich in het bezit gesteld van het land benodigd voor de oprichting van een kruitmolen. Want wat was er gebeurd? Een ontzettende ontploffing, die tot in Haarlem en Beverwijk werd gehoord, had een einde gemaakt aan het bestaan van de kruitmolen 'het Oorlogschip', staande aan de Heilige weg (nu Overtoom) te Amsterdam (1709). Deze stad weigerde vergunning voor de herbouw, maar, ter beschaming van het spreekwoord 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet', verleenden burgemeesters, als ambachtsheren van Amstelveen, aan 'Cornelis van Tulden en Compagnie' in april 1710 vergunning om hun bedrijf naar Amstelveen te verplaatsen.

De heren Maes en Van Hierde medefirmanten in de compagnie kochten, zoals wij zagen, in november 1710 het benodigde land. Mr. Jan Six, regerend schepen en raad van Amsterdam, die natuurlijk van het geval gehoord had, verkocht door middel van een stroman, die ook nog 31 gulden aan de transactie moest verdienen, een klein huisje voor een behoorlijke som aan het bedrijf. Maar nu komen de inwoners van het dorp in het geweer; 32 eigenaars van onroerend goed, in de onmiddellijke nabijheid van de terreinen gelegen, requestreren om de dreiging voor hun bezittingen af te wenden. Ook kerkmeesters vrezen noodlottige gevolgen voor kerk en toren.

Pas in 1718 werd een nieuwe aanvrage gedaan en wel door een vooraanstaand Amsterdammer Nicolaes Calkoen, die zich hiertoe associeerde met de buskruitmaker Jan Allard. Aan hun relaties zullen deze heren het wel te danken gehad hebben, dat zij de begeerde vergunning op 20 december 1718 van burgemeesters van Amsterdam verkregen.
Toen Nicolaes Calkoen in 1738 overleed werd hij in het bezit opgevolgd door zijn gelijk-namige zoon.

Ook Jan Allardt en zijn vrouw Isabella Catharina Roos waren beiden in 1732 al overleden. In hun plaats volgde Dirk Roos, equipagemeester der Admiraliteit te Amsterdam, haar vader, als compagnon op. De nieuwe compagnons zetten het bedrijf tezamen nog slechts 4 jaar voort, want in 1742 doen zij hun bezit voor f 18000,- over aan de heer Hendrik van Hoorn, 'een ras buskruitmaker', noemt het Gedenkboek hem. Lange jaren blijft het bedrijf in handen van de familie van Hoorn. Vermeldenswaardig is nog dat in 1782 op 7 augustus een kruitstoof, behorende tot het bedrijf, in de lucht vloog, welke gebeurtenis uit de aard der zaak veel schade aanrichtte.

Zo bleef “de Oude Molen” in handen van de familie van Hoorn en dit zal zo blijven tot 1843. Toen leek het lot van de fabriek bezegeld. De kruitfabriek in Muiden produceerde zo veel kruit dat de fabriek in Nieuwer-Amstel niet meer nodig leek. Voor alle zekerheid werden de gebouwen echter niet afgebroken. Maar goed ook, want zo'n vijftig jaar later besloot de Muidense vestiging de fabricage van nitroglycerine en salpeterzuur over te brengen naar Nieuwer-Amstel.
Wederom leidde dit besluit tot grote protesten. De bewoners in de omgeving vreesden dat de waarde van hun onroerend goed zou dalen, terwijl het gemeentebestuur bang was dat de nieuwe fabriek de armoede zou vergroten vanwege 'de lage lonen die zulk een industrie met zich medebrengt.' Men weigerde daarom een hinderwet­vergunning af te geven.

In juni 1953 ging het voor de tweede keer mis. Een zware klap die tot ver in de omtrek te horen was, bracht op woensdag 24 juni Ouderkerk in opschudding. Het was enkele minuten voor half vijf, toen een ketel gevuld met nitroglycerine houdend afvalzuur met een daverende klap uit elkaar sprong. Bij deze ontploffing vielen één dode en één zwaar gewonde en in de wei lagen veel dode koeien.

kruitfabriekrenovatie
(Amstelveenweb.com collectie - 2002)

De niet meer in gebruik zijnde buskruitfabriek tijdens de renovatie

nieuwe aanbouw
(Amstelveenweb.com collectie - 2002)

Het terrein van de voormalige buskruitfabriek, tijdens de renovatie

Klik hier voor andere foto's in de categorie Buurgemeenten