Bijgewerkt: 21 mei 2019

Wijkteams leiden niet tot minder, maar tot meer dure zorg

Nieuws -> Informatief

Bron: Centraal Planbureau
18-01-2019

Gemeenten zetten wijkteams in om de zorg dicht bij de cliënt te organiseren, bijvoorbeeld via mantelzorg. Alleen als dit niet mogelijk is, wordt professionele zorg ingezet. In de meeste gemeenten is het aantal doorverwijzingen naar professionele zorg over de periode 2015-2017 toegenomen. Echter, in gemeenten met wijkteams is het aantal doorverwijzingen in deze periode met 14 procent harder gestegen dan in gemeenten zonder wijkteams. Dit blijkt uit de zojuist verschenen publicatie van het Centraal Planbureau (CPB) ‘De wijkteambenadering nader bekeken. Het effect van de inzet van wijkteams op Wmo-zorggebruik’ (pdf 65 pagina’s).

Vooral in gemeenten, waar wijkteams (deels) bestaan uit zorgprofessionals in dienst van een zorgaanbieder neemt doorverwijzing naar de professionele zorg toe. Met hun plek in het wijkteam hebben deze professionals een belangrijke stem over wie in aanmerking komt voor deze zorg. In gemeenten zonder wijkteams zijn het doorgaans Wmo-consulenten, werkzaam bij een gemeentelijk Wmo-loket, die over de toegang gaan. Mogelijk houden zij meer rekening met de kosten voor de gemeente dan de zorgprofessionals. 

Foto Amstelveen
(Bron CPB - 2019)

Bij gemeenten met alleen een Wmo-loket steeg het aantal cliënten van 8,0 per duizend inwoners in 2015 naar 10,1 eind 2017 (+26%). In vergelijkbare gemeenten met wijkteams, nam het aantal cliënten toe van 8,0 per duizend inwoners naar 11,2 (+40%)


De samenstelling van het team is waarschijnlijk niet de enige verklaring voor het stimulerende effect van wijkteams op het Wmo-zorggebruik. Zo zijn wijkteams mogelijk beter in staat om verborgen problematiek boven water te krijgen, wat heel waardevol kan zijn. Als hierdoor het aantal doorverwijzingen stijgt, kan dat zelfs wenselijk zijn, ondanks de hogere kosten die hiermee gepaard gaan.

Als gemeenten de stijging van doorverwijzing naar professionele zorg willen tegengaan, kunnen ze verschillende maatregelen overwegen. Zo kan een gemeente ervoor kiezen om alleen de zwaarste (meervoudige) hulpvragen door een wijkteam te laten oppakken; alle andere hulpvragen kunnen door een Wmo-loket worden afgehandeld. Een andere mogelijkheid is om aanbieders geen rol te geven in het wijkteam. Ook een goede monitoring van het indicatieproces kan helpen om het aantal doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen te beperken.

Is het wijkteam het wondermiddel voor zuinige zorg op maat, waar sommigen op hoopten bij de introductie van de Wmo, of was dat toch net iets te optimistisch? En maakt het nog wat uit wie deel uitmaakt van het wijkteam? De CPB-publicatie ‘De wijkteambenadering nader bekeken’ laat maar weer eens zien dat beleid soms anders uitpakt dan gedacht: de perfecte illustratie dat geloof alleen onvoldoende basis is voor beleid. Meten is weten, zien is geloven. Evaluaties als noodzakelijke realitychecks. Om te leren en nieuwe vragen te stellen. 



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.