Bijgewerkt: 26 oktober 2020

Stichting Japanse Ereschulden start juridische procedure tegen de Nederlandse Staat

Nieuws -> Informatief

Bron: Stichting Japanse Ereschulden
11-08-2020

Tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog hebben Nederlanders in voormalig Nederlands-Indië ernstige oorlogsschade geleden. Het gaat daarbij om schade geleden door schending van de meest fundamentele mensenrechten. Aan veel van de slachtoffers is fysieke en geestelijke schade toegebracht onder andere door opsluiting, marteling, uithongering en ontzegging van medicijnen. Daarnaast zijn huizen, inboedels, wijken en dorpen vernietigd. De oorlogsgetroffenen zijn tot op de dag van vandaag niet voor die schade gecompenseerd. – meldt de Stichting Japanse Ereschulden.

De Nederlandse Staat heeft de route naar volledige compensatie afgesneden door middel van het destijds gesloten Vredesverdrag in 1951 met Japan. Nederland heeft in het verdrag afstand gedaan van vorderingen van de Nederlandse oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden jegens Japan. Als gevolg hiervan kunnen de Nederlandse slachtoffers de Japanse staat niet met succes aanspreken op de oorlogsmisdaden die zijn gepleegd en de schade die hierdoor is veroorzaakt. Deze 'ontrechting' klemt te meer nu de Nederlandse Staat tot op de dag van vandaag evenmin bereid is zelf volledige compensatie te bieden, terwijl hij daartoe wel verplicht is. Het ontbreken van de erkenning van juridische aansprakelijkheid en de geleden schade in een erbarmelijke oorlogstijd doet pijn, zelfs als deze pijn 75 jaren geleden is ontstaan.


Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië werden de meeste burgers die van Nederlandse afkomst waren meestal geïnterneerd in een reeks van kampen. Deze kampen lagen verspreid over de eilanden van Indonesië, maar één plaats, Tjideng, werd een van de beruchtste van deze kampen. Het interneringskamp Tjideng lag in het hart van de oude stad Batavia (nu Jakarta) en bood onderdak aan tienduizenden vrouwen en kinderen


Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er weliswaar enkele regelingen getroffen voor de betrokken oorlogsslachtoffers, zoals ‘Het Gebaar' in 2000 dat voorzag in erkenning van de gebreken in het naoorlogs rechtsherstel en de bureaucratische kille ontvangst. De Nederlandse Staat is met deze regelingen echter niet tot een volledige erkenning en compensatie gekomen van de schade. Bovendien gaat het met deze regelingen alleen om morele genoegdoening en niet om erkenning van juridische aansprakelijkheid. In plaats van te kiezen voor juridische inclusie, heeft de Staat daarmee ten onrechte steeds gekozen voor (de voortzetting van) juridische uitsluiting van de oorlogsgetroffenen.

Stichting Japanse Ereschulden zet zich in voor de belangen van Nederlanders en hun nabestaanden uit voormalig Nederlands-Indië die tijdens de Tweede Wereldoorlog door toedoen van Japan schade hebben geleden. Het is de hoogste tijd dat de Staat, 75 jaar na de capitulatie van Japan, eindelijk juridische aansprakelijkheid erkent voor de positie waarin hij betrokkenen heeft gebracht en de Indische gemeenschap volledig compenseert voor de oorlogsschade en het ondervonden leed.

Stichting Japanse Ereschulden heeft de Staat daarover aangesproken en aangeboden mee te denken over mogelijke oplossingsrichtingen. Tot dusverre heeft de Staat echter geen enkele reactie gegeven. Dat is voor de oorlogsgetroffenen en hun nabestaanden extra pijnlijk in dit belangrijke herdenkingsjaar. Stichting Japanse Ereschulden ziet zich daarom genoodzaakt een juridische procedure te starten teneinde de aansprakelijkheid van de Staat vastgesteld te krijgen. Dat is kennelijk de enige manier waarop de al 75 jaar durende impasse tussen de Staat en de Indische gemeenschap kan worden doorbroken.



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.