Bijgewerkt: 24 mei 2012
Zoek:
Nieuws
Amstelveen
Geschiedenis
Foto's
Gebeurtenissen
Monumenten
Partnersteden
Straten
Kerken
Exposities
Links
Sponsoren
Over de site
Contact
Bronnen




“Dames en heren,
Op het oorlogsmonument op de Weteringschans in Amsterdam, staat een spreuk van verzetsstrijder Henk van Randwijk. Van Randwijk was oprichter van het illegale Vrij Nederland en een onverzettelijk mens. Die onverzettelijkheid toonde hij ook na de oorlog tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Misschien kent u wel die krachtige zin van hem:
“Een volk dat voor tirannen zwicht, zal meer dan lijf en goed verliezen, dan dooft het licht.”
Als voor iemand die spreuk van toepassing is, is het voor de vrouw die tegenover mij zit, Truus Menger-Oversteegen, verzetsstrijdster van het eerste uur. Een vrouw die in de oorlog en tot op de dag van vandaag, weigert voor tirannen te zwichten. Onrecht kan zij eenvoudigweg niet verdragen.
In haar uitgebreide oeuvre als beeldhouwster en schilder staan de thema’s, onverdraagzaamheid, machtsmisbruik en willekeur centraal. Neem de vier bronzen handen die Truus Menger in 1990 langs de route van de jaarlijkse stille tocht in Hoorn heeft neergezet. Ze symboliseren: afscheid, woede, wanhoop en steun. Voor mij is Truus Menger een levende legende, een dappere strijdbare vrouw, die haar grote artistieke kwaliteiten heeft ingezet als wapen tegen het vergeten.
Ik was dan ook ontzettend vereerd, toen Jan Verschoor, de directeur van het Van der Togt museum, mij vroeg deze expositie te openen. Hij had mij deze meidagen geen groter plezier kunnen doen. Truus Menger herbergt die karaktereigenschappen in zich, waar ik de grootst mogelijke bewondering voor heb.
Vanuit hun huis in Enschede hielpen de moeder van Truus, Truus zelf en haar zusje Freddy, die hier ook is en naast Truus zit, al op heel jonge leeftijd Duitse vluchtelingen, communisten en Joden, een onderkomen in Nederland te vinden. Tijdens de Nazi bezetting werden Truus en Freddy Overstegen lid van de Communistisch georiënteerde Raad van Verzet. Ze leerden daar Hanny Schaft kennen.
Samen met Hanny, de verzetsstrijder Jan Bonekamp waren de zusjes Oversteegen als tieners betrokken bij de liquidatie van verraders, Jodenjagers en Nederlandse SD’ers. Zij hielpen ook met het vinden van onderduikadressen voor Joden, het verstrekken van voedselbonnen en het verspreiden van illegale kranten, zoals de Waarheid. Dat laatste werd vriendin Hanny Schaft noodlottig en kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd zij, het meisje met het rode haar, in de Bloemendaalse duinen geëxecuteerd.
Truus Menger Overstegen heeft later vaak de vraag voorgelegd gekregen of ze het niet erg vond mensen met een wapen dood te schieten. Ze denkt er vaak aan terug, maar uiteindelijk zegt ze “het was uitschot, we verwijderden kankergezwellen uit de samenleving.” Voor haar moed en haar verzetswerk heeft Truus Menger vele onderscheidingen gekregen, onder meer uit de handen van president Eisenhower en van premier David Ben Gurion van Israel, die haar de Yad Vashem onderscheiding verleende voor het helpen van Joden.
Maar met het einde van de oorlog was Truus haar verzetswerk niet klaar. Ze adopteerde een kinderdorp in het Zuid-Afrikaanse Soweto en schreef een boek met de veelzeggende titel “Toen niet, nu niet, nooit”. Tot de dag van vandaag spreekt ze over de oorlog en onrecht, veelal voor kinderen. Ze straalt daarbij een geweldig geloof in de toekomst uit.
Haar artistieke werk heeft een impuls gekregen doordat Truus in de oorlog tijdelijk bij de beeldhouwer Mari Andriessen ondergedoken zat. Hij was de man die later het beroemde standbeeld de Dokwerker zou maken. Al op 5 jarige leeftijd was ze beelden met een mesje aan het snijden in aardappelen. Na de oorlog volgde zij de opleiding Ateliers 63 in Haarlem, waardoor ze nog beter leerde tekenen en beeldhouwen.
Tot haar grote werken behoorde het monument voor haar vriendin Hanny Schaft en het beeld Leidse vrouwen uit het verzet. Maar ook het hier aanwezige beeld van een jongetje met beertje, waarvan de moeder naar Auschwitz gedeporteerd gaat worden en het prachtige kleine beeldje 'Vrouwen van Srebrenica', dat ook op deze tentoonstelling staat, laten Truus' expressieve kwaliteiten zien.
Zoals gezegd, de beelden en schilderijen van Truus Menger zijn een schreeuw voor rechtvaardigheid en een krachtig wapen tegen het vergeten. De drang om te getuigen over wat er meer dan 65 jaar geleden gebeurd is, is voor vele overlevenden van de Nazi verschrikkingen, of dat nu Joden, Roma of verzetsstrijders zijn, groot.
Sterker: vele overlevenden hielden zich in de jaren 1940-1945 in leven met de wens om te getuigen. Te getuigen voor de mensheid; dit nooit weer. Ze hoopten, dat de duisternis van het Nazisme de mensheid ervan zou overtuigen dat we respect voor andere volkeren, godsdiensten en afkomsten moeten hebben. Dat haat tot dood en verderf leidt.
Zoals Elie Wiesel in zijn aangrijpende boek Nacht zegt: de getuige heeft zichzelf gedwongen te getuigen. Dat geldt ook voor Truus Menger-Oversteegen. Ik denk, dat haar drijfveer is wat Nobelprijswinnaar Elie Wiesel zei bij de 50ste herdenking van de bevrijding van het kamp Auschwitz:
“Ik wil niet dat mijn verleden, de toekomst van de jeugd zal zijn.”
Welnu, Truus en ik hebben beiden vier kinderen, zij heeft kleinkinderen. Ik heb sinds kort een kleinkind. Wij weten waarvoor we het doen…. Ik dank nogmaals Jan Verschoor voor de uitnodiging. Hierbij open ik officieel deze tentoonstelling.”
Al die indrukken moesten wel worden verwerkt en haar manier was het maken van kunst. Zij schildert en maakt beelden, die een universeel thema kennen: de drang naar vrijheid en respect. Ze beschreef het ook in boeken en gedichten.




