Bijgewerkt: 21 maart 2019

De 8ste Indië-lezing vanuit 3 perspectieven

Nieuws -> Informatief

Bron: Conchita Willems-de Koster
12-03-2019

Op zaterdagmiddag 9 maart 2019 vond in het OBA Theater van het Woord in Amsterdam de achtste Indië-lezing plaats met als thema 'Migratie en aanpassen' vanuit 3 perspectieven. Waarbij de stelling ‘de Indische gemeenschap is hét schoolvoorbeeld van succesvolle integratie’ als uitgangspunt was meegegeven aan 3 sprekers: Leo Lucassen (1959), directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam en hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Siem Boon (1964): werkt al haar hele leven voor de Tong Tong Fair in Den Haag, in diverse functies, sinds begin 2017 als directeur. En historicus Lara Nuberg (1990), doet onderzoek voor diverse organisaties en instellingen en blogger van https://www.gewooneenindischmeisje.nl/

Gastvrouw Conchita Willems heette de mensen, van heinde en ver gekomen, van harte welkom en gaf het woord aan Janneke Roos, voorzitter van het 4/5 mei Comité Amsterdam Zuidoost. Zij liep als 11-jarige, in augustus 1957 met de Willem Ruys door het Suezkanaal in Nederland aangekomen, tegen onbegrip aan, zowel bij Nederlanders als Indische mensen. Iedereen had toch wat anders meegemaakt en zat in zijn of haar eigen verhaal. Dit maakte het vaak lastig voor haar om de eigen plek te vinden. Soms werd openlijk in Nederlandse kringen gezegd: 'Van jullie hebben we nooit last gehad, jullie hielden je gewoon gedeisd.' Wat betekende dat gedeisd houden eigenlijk? Houdt dat in dat je zwijgend beledigingen in ontvangst neemt; betekent dat dat je je eigen cultuur afzweert en dat vergetelheid de norm wordt? Is dit voorbij inburgering of integratie? Hebben we het dan over assimilatie? Directeur Yvonne van Genugten van het Indisch Herinneringscentrum memoreerde vervolgens diverse activiteiten van dit centrum, waaronder deze lezing. Dit centrum informeert en verhaalt op waardige, inhoudelijke en beeldende wijze over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië en over de Indische gemeenschap vanaf 1900 tot heden. Het verrijkt kennis, bewustwording en empathie en zet aan tot nadenken over de toenmalige gebeurtenissen, actuele situaties en het eigen handelen.

De 1ste lezing door sociaal historicus Leo Lucassen koos direct al tot het ontzenuwen van aannames en checken op historische feiten. Met een Power Point presentatie liet hij nadenken over de ‘repatriëring’ van zo’n 300.000 mensen uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië en het daaropvolgende vestigingsproces in de Nederlandse samenleving. Als reactie op het beeld van een geruisloze integratie, lieten vanaf het midden van de jaren tachtig, nieuwe studies zien hoe deze nieuwkomers, met name de Indische Nederlanders onder hen en later ook de Molukkers, onder druk werden gezet om zich eenzijdig aan te passen aan Nederlandse gewoonten. Assimilatie dus. Hij deelde ons in zijn onderzoeksvragen rondom deze bijzondere geschiedenis, op het snijvlak van migratiegeschiedenis.

De Nederlandse staat categoriseerde de nieuwkomers (destijds zo’n 3% van de bevolking) als ‘repatrianten’. De belangrijkste reden om voor die term te kiezen was, omdat de kabinetten Drees Nederland als overbevolkt zagen en ‘immigratie’ een besmette term was. Juist emigratie was toen het devies. Bovendien moest er draagvlak worden gecreëerd onder de bevolking die te kampen had met grote woningnood, wederopbouw en van wie velen de politieke en economische toekomst somber inzagen. De bewuste keuze voor de inclusieve term ‘repatrianten’ is vooral interessant, als we die vergelijken met de recente ‘vluchtelingencrisis’, waarbij niet de overeenkomsten, maar juist de verschillen worden benadrukt. De geschiedenis van de naoorlogse overkomst uit Nederlands-Indië is dan ook een interessante casus van de wijze waarop overheden draagvlak kunnen creëren. Een volgend beeld, die van integratie als ‘2-zijdig proces’ met een koloniale erfenis, stemde de zaal opnieuw tot inkeer. Heeft die koloniale erfenis doorgewerkt in een integratiepessimisme en problematisering van de Islam, die we in de afgelopen dertig jaar kunnen waarnemen? Hij noemt hiertoe de brede steun voor Musserts NSB in de jaren dertig in Indië. Verder lijkt het niet helemaal toevallig dat zowel Baudet als Wilders, maar ook columnisten als Theodor Holman Indische wortels hebben.

Alhoewel, die koloniale erfenis kan ook een andere kant op werken en migranten met hun nakomelingen extra gevoelig maken voor discriminatie en racisme, zoals we bij veel anderen met Indische wortels zien. In beide gevallen is er sprake van wederzijdse beïnvloeding. Tot slot liet hij ons zien hoe expats als organisationele migranten de samenleving aanraken. In het geval van Indië valt dan te denken aan het ‘koloniale migratiecircuit’. Wie migreerden tussen de kolonie en Nederland, en welke effecten had hun migratie en (herhaaldelijk) tijdelijk verblijf op zowel de migranten zelf als op de plaatsen waar zij zich tijdelijk vestigden, zoals in Den Haag en Jakarta. Het is interessant op te merken dat die circuits ook na de oorlog niet verdwenen en langzaam maar zeker werden bevolkt door werknemers van NGO’s, vaak onder de noemer van expat.

De 2de lezing door Tong Tong Fair directeur Siem Boon overrompelde de zaal met een verdiepend inzicht vanuit persoonlijke ervaring, dat de integratie van Indische mensen is mislukt. En dat het vooral mislukt is omdat men niet beseft wat men verloren is door de slechte integratie. Als je een goede integratie definieert als gebrek aan overlast, is de Indische integratie het toonbeeld van een succesvolle integratie. Maar als je het afmeet naar het gerealiseerde potentieel is het een drama. De oudere eerste generatie vond de eigen integratie wel geslaagd, is haar observatie. Ze kwamen op middelbare leeftijd naar Nederland, hadden al een heel leven achter de rug, huwelijk en scheiding, opleiding en carrière, de oorlog. Ze hielden stand onder al deze gebeurtenissen, ze gaven geen overlast, ze deden hun bijdrage aan de samenleving.

Foto Amstelveen
(Foto Kees Willems - 2019)

Vlnr.: Aan de gesprekstafel Conchita Willems-de Koster, professor Leo Lucassen (1959) directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam, Lara Mariëtte Nuberg (Amsterdam, 1990) historica en blogger van Gewoon een Indisch Meisje en Siem Boon (Den Haag, 1964) werkt al haar hele leven voor de Tong Tong Fair in Den Haag


Wat zij als kleinkind wellicht interpreteert als te weinig assertief, was waarschijnlijk destijds een goede inschatting van de ruimte die Nederland ze gaf, of een reactie op toenmalige ontvangst van assertiviteit. Kijkend in het nu om haar heen, bespeurt zij dat de ontvangende samenleving veel meer had kunnen profiteren van de kunde en kennis van haar ouders (ontwerpen van vader, inzichten en werklust van moeder), en van haar generatie. De constatering dat er heel veel energie weglekte in wrijving tussen de migrant en de omringende samenleving door misverstand. Als standaard-Hollander zeg je dan misschien: Wat ontzettend zonde van de verloren waarde, de niet-gerealiseerde winst. Als Siem Boon is de eerste reactie: Wat ontzettend verdrietig. Na enig nadenken als Indo is de reactie: In Indische kring is heel veel waarde gecreëerd, gezien, gewaardeerd, op waarde geschat, beleefd, in dank ontvangen, herinnerd, gekoesterd. Dus níet verloren gegaan. En hoe meer Indo’s zich in hun geschiedenis verdiepen, of beter gezegd: hoe meer Nederlanders zich in deze vaderlandse geschiedenis verdiepen, hoe meer de Indische waarden vermoedelijk (her)ontdekt en ge(her)waardeerd kunnen worden. Een indringende oproep …

Na deze oproep en dit persoonlijk accent op het thema, volgde ter ontspanning de muzikale expressie van Young Released.  Het duo bracht de mensen naar ontroerende stilte, waarna de pauze om wat te drinken lonkte. Na de pauze gaf historicus Lara Nuberg een kijkje in haar familiegeschiedenis. Zij werkt aan een roman over haar Indische oma en deed daartoe research, die wellicht geen plek krijgt in het boek. Op haar blog kan zij die informatie een juiste plek geven. Al doende komt zij vraagstukken tegen omtrent Indisch-zijn en Indische geschiedenis, die van invloed zijn op haar eigen identiteit. Dit maakt het – vanuit perspectief van een historicus – best moeilijk om de Indische geschiedenis te omschrijven en te duiden. Als derde generatie Indo kijkend naar de integratie van inmiddels haast 1 miljoen-mede Indo’s, ziet zij een grote verscheidenheid binnen Indische gemeenschappen zelf. Wat verstaan we onder dat woord?

Een definitie zegt: Integratie is de opname in een (groter) geheel. Het gaat daarbij voornamelijk om de opname van personen of bepaalde bevolkingsgroepen in de maatschappij. Een belangrijk kenmerk van integratie is dat de opname van personen of bevolkingsgroepen van beide kanten komt. Zowel de binnenkomende partij als de ontvangende partij passen zich aan de ander aan en daarmee ontstaat maatschappelijke samensmelting tussen die twee personen of bevolkingsgroepen. Daarmee onderscheidt integratie zich nadrukkelijk van assimilatie waarbij aanpassing slechts van één kant komt. Zij zet die definitie aan de hand van persoonlijke familieverhalen tegen de historische context waarin die gebeurtenissen zich hebben afgespeeld. En gaat daarbij terug in de tijd. In 1883 vertrok een jongeman uit Wieringerwaard vanaf het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk met het Oost-Indisch leger naar het gebied dat wij nu Indonesië noemen.

Hij wilde op avontuur, maar kon klaarblijkelijk zijn draai niet vinden in het leven als soldaat, want ondanks dat hij voor zes jaar had getekend, verliet hij het leger in 1886 en kwam terecht op de Westkust van Sumatra. Daar verwekte hij zeven kinderen, vier bij zijn eerste Sumatraanse schoonheid, drie bij zijn tweede. Lara’s overgrootvader was zijn eerstgeborene. Een knappe jongen, donker om te zien. Van zijn moeder is er slechts een naam, geen foto. Na het baren van haar vierde kind verdween ze. “Weggestuurd”, zou een van haar kleinkinderen later vertellen. Haar overgrootvader werd vervolgens opgevoed door de tweede vrouw van zijn vader. Zij was ook een vrouw uit Sumatra, een Batak, maar desondanks voedde ze haar stief- en eigen kinderen op volgens strenge Europese standaarden. Hoe benauwend die standaarden waren, toont een brief uit het familiearchief. Een brief van de jongste volle broer van die overgrootvader. Hij schreef in 1928, nadat de banden van de familie op gespannen voet waren komen te staan, omdat hij verliefd was geworden op een Islamitisch meisje en met haar elders een bestaan probeerde op te bouwen. “Het is zaak, dat ik Batavia zoo spoedig mogelijk verlaat, wil ik mijn wrak geworden “eigen” nog enigszins redden.” schrijft hij in die brief.

Elders in de brief schrijft hij hoe zijn Islamitische geliefde door zijn stiefmoeder en familie werd uitgemaakt voor meid, lellebel en slet. Dan maakt Lara een sprong in de tijd. Naar 1947, want toen kwam haar oma met haar ouders na de Japanse bezetting en Bersiap in Nederland aan. Overtuigd van eigen Nederlanderschap, een meisje van status in de kolonie, werd zij in Nederland een van de vele bruine migranten die het naoorlogse Nederland overspoelden. Zij heeft nooit verteld hoe ze zich in die tijd echt heeft gevoeld. Wel maakte ze grappen over hoe dom die Nederlanders waren, dat ze haar vroegen waar ze zo goed Nederlands had geleerd en dat zij dan zei dat dat op de boot van Indonesië naar Nederland was. Een bekende grap onder die eerste generatie Indische migranten. Verder dan dat ging de informatie eigenlijk niet. Toen Lara als negenjarige ooit vroeg wat het betekende om Indisch te zijn was oma’s antwoord makkelijk. ‘Het betekent dat je Nederlands bent, ontstaan toen Indonesië nog een kolonie was van Nederland, uit mensen van daar en mensen uit Nederland. Je bent dus geen Indonesiër. Indische mensen hebben een Europese opvoeding gehad en zijn daarmee Nederlands.’ Die eerste Indische generatie gaf Nederland indertijd weinig last. Ze brachten geen problemen op de arbeidsmarkt, ze betaalden hun overtocht netjes terug, hun levensbeschouwing botste niet met de Nederlandse, ze spraken de taal. De kinderen werden zelfs met gemak geliefde levenspartners voor Nederlanders en lieten de discotheekzalen in de jaren ’60 en ’70 swingen op Indo-rock. En last but not least: ze veranderden de Nederlandse keuken zodanig, dat kipsaté tegenwoordig niet valt weg te denken van de menukaart van een gemiddeld Nederlands eetcafé. Het toonbeeld van integratie. Alhoewel: het integratieproces van Indo’s in Nederland kent een heel ander startpunt dan dat van andere migrantengroepen. Een eigen afgebakende cultuur was niet per se het startpunt, maar mentale kolonisatie – dat vanaf de koloniale tijd al werd ingeprent Nederlander te zijn en de inheemse afkomst te verzwijgen - des te meer. Dit maakt dat een Indo nog altijd in een vreemd soort identiteitsvraagstuk vast zit - Lara noemde zichzelf vroeger een bounty: bruin van buiten en wit van binnen. Terwijl, uiteindelijk integratie er om gaat dat de innerlijke mens zich prettig voelt in de samenleving. En voor Nederland geldt toch dat de Indo nou eens niet constant degene moet zijn die zichzelf moet uitleggen – bijna moet verantwoorden in zijn of haar interesse voor de Indische achtergrond?

Op de gesprekstafel lag een 200 jaar oude sarong. Deze bijzondere sarong heeft gevechten op Atjeh overleefd. De historische met gouddraad geweven doek van een lieve Indische familie mocht als tafelloper dienst doen. Het gesprek tussen de drie sprekers over het spanningsveld tussen wetenschappelijke analyses en de eigen beleving werd geleid door de gastvrouw. Er kwamen vragen aan de orde over de reden waarom Indische Nederlanders als voorbeeld van integratie gelden. Zij hadden formeel het Nederlandse staatsburgerschap en zo beschouwden zij zichzelf (het zelfbeeld). Terwijl bij aankomst velen toch als ‘anders’ werden bezien en benaderd, dus als niet-Nederlanders (door de samenleving). Lara legde uit hoe zij als 3e generatie en vanuit haar vakgebied hierin staat. Siem getuigde van een vermoeidheid op persoonlijk niveau, door steeds maar weer te moeten uitleggen wat al zo vaak is uitgelegd. Terwijl Leo benadrukte hoe het menselijke, de subjectiviteit in wetenschappelijke onderzoeken van migratiegeschiedenis, waardevol bijdraagt aan begrip en inzicht. Hij verwees naar de lezing van Lara die, door haar familie-aspect mee te nemen in het vakgebied, een toon zet voor onderwijs en samenleving. Hou je bezig met onderzoek vanuit het subjectieve naar historische feiten, zowel op lesgebied in het onderwijs, als bij historisch besef in samenlevende projecten!  Succesvol werd er oprecht gecommuniceerd met mensen in de zaal. Een pittige discussie verlevendigde de sfeer, waarbij er zelfs een keer getrokken werd aan de hand van degene die de microfoon vasthield. Men wilde beargumenteren! Vakkennis, wetenschappelijke kennis en mensenkennis samen: het inspireert voorspoed en beweging in het nu! Begrip voor historisch besef ontstaat als je achtergronden weet. Ervaringsgerichte inzichten werden helder uiteengezet door Leo Lucassen, Siem Boon en Lara Nuberg. Dit creëerde meer zelfonderzoek en inspiratie bij aanwezigen.

Het muzikale duo Young Released luidde het slot van de middag in. Een bloemenhulde voor de leden van de Projectgroep met dankwoorden van een bewogen Cor van Drongelen, het hartelijke applaus, het samen zingen van We’ll meet again bekrachtigden het succes van deze achtste Indië-lezing. De Indië-lezing is een initiatief van Stichting 4/5 mei Comité Amsterdam Zuidoost en wordt georganiseerd in samenwerking met het Indisch Herinneringscentrum. De lezing wordt gefaciliteerd door de OBA - Openbare Bibliotheek Amsterdam.



Amstelveenweb.com is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de nieuwsberichten.